Dag 22 zon, wind en stof … en zon

Burgos – Calzadilla de la Cueza

Door de duisternis
Veel te vroeg was ik vandaag. Er waren een paar Duitsers die extreem vroeg uit het refugio vertrokken en daarbij nogal wat lawaai maakten. Ik dus ook klaarwakker. Op kousenvoeten pakte ik mijn spullen en nam een ontbijt. Toen vertrok ik. Maar het was nog hartstikke donker. Toen ik op mijn horloge keek bleek het pas half zeven te zijn. Om Burgos uit te komen was noet zo’n probleem, de straatlantaarns lichtten mij goed bij. Maar op het platteland was er echt een diepe duisternis. Het ging bergop, dat voelde ik aan mijn benen, maar mijn lampje scheen nog geen meter voor me uit. Gelukkig was het bijna volle maan, zodat ik nog een beetje licht had.

Eenzaamheid, hitte en stof
Na een tijdje kwam de zon toch gewoon op en bleek ik me weer op doodstille eenzame wegen te bevinden. Na een laatste heuveltje veranderde het landschap in één keer volledig. Eerst was het heuvelachtig en groen, nu werd het vlak en kurkdroog. Een groot deel van de weg leidde door de beruchte Tierra de Campos, een totaal geërodeerd landschap waar permanente droogte heerst. Zeker voor de wandelende pelgrim is het een uitputtingsslag. Ik moet zeggen dat ik me nadien ook wel behoorlijk doorbakken voelde en mijn keelgat voelde alsof ik een kilo stof had gegeten. Ondanks dat ik onderweg liters water had gedronken.

Drie kilometer voordat ik bij mijn einddoel voor vandaag kwam, passeerde ik een Koreaanse vrouw. Ze was helemaal uitgedroogd en oververhit. Ik liet haar een bidon water leegdrinken en toen ging het wel weer. Later zag ik haar veilig arriveren in de refugio.

Zo ziet het er daar uit op de Campos:

IMG_0960.JPG

IMG_0996.JPG

IMG_0993.JPG

IMG_0995.JPG

De weg was trouwens grotendeels grindweg vandaag. Een soort Parijs – Roubaix light.

Mooie dorpen
Hoewel de streek die ik doorkruiste vrij uitgestorven lijkt, passeerde ik geweldige dorpjes en stadjes. Het is allemaal wat armoedig, maar er staat ongelooflijk historisch en cultureel erfgoed. Bijvoorbeeld de ruïne van het klooster van St. Antón dat ik passeerde.

IMG_0964.JPG

De Tempeliersburcht van Castrojeriz:

IMG_0968.JPG

De middeleeuwse Pons Fitera:

IMG_0969.JPG

En in Boadilla del Camino de bijzondere zuil van de rechterlijke macht. Hier werd recht gesproken en veroordeelden werden bij de zuil tentoongesteld als deel van hun straf.

IMG_0970.JPG

Verder passeerde ik nog een hele reeks prachtige kerken, waarvan er twee extra opvielen. De volledig intacte Romaanse kerk San Martin in Frómista:

IMG_0976.JPG

IMG_0977.JPG

En de indrukwekkende Tempelierskerk in Villalcázar de Sirga:

IMG_0987.JPG

IMG_0984.JPG

IMG_0986.JPG


Duitse dames

Onderweg kwam ik trouwens nog twee Duitse dametjes tegen. Ze waren met een busreis. De groep werd elke dag ergens op de camino afgezet om zo’n tien kilometer te lopen. De twee dametjes waren te slecht ter been om mee te lopen, dus ze deden het hele stuk in de bus. Dat nam niet weg dat ze een foto van mij konden maken bij een eenzaam kruis op een Castiliaanse weg.

IMG_0962.JPG

Dag 21 relaxed dagje

Santo Domingo de las Calzadas – Burgos

De haan en de hen
Ik lag gisteravond net na half negen op bed. Van tevoren was ik uiteraard wel even de beroemde kathedraal van Santiago de las Calzadas gaan bezoeken, de kathedraal met de levende kip en haan.

IMG_0848.JPG

IMG_0857.JPG

Bij die kip en haan hoort een mooi verhaal. Ergens in de middeleeuwen waren er drie pelgrims, een vader en moeder en hun zoon. De dochter van de herbergier werd verliefd op de zoon, maar die zag dat niet zitten. Uit woede dat ze een blauwtje gelopen had, stopte het meisje een zilveren beker inde tas van de jongen en beschuldigde hem van diefstal. De straf voor diefstal was de galg en dus werd de jongeman gehangen. Vol verdriet liepen de vader en moeder door naar Santiago. Daarna keerden ze op hunschreden terig om het graf van hun zoon te bezoeken. Die hing echter nog levend aan de galg toen ze daar aankwamen. Hij had gebeden tot St. Jacob (of St. Domingo, dat weet ik niet meer zeker) en die had hem laten leven. Of zijn ouders zo vriendelijk wilden zijn om naar de burgemeester te gaan om te vragen of hij los gemaakt kon worden. Dat deden ze, maar de burgemeester zat net uitgebreid te tafelen. Op tafel stond een dampende schotel met gebraden haan en hen. Hij beluisterde het verhaal van de ouders en geloofde niets van hun verhaal. Hij zei dat die zoon van hun net zo dood was als die haan e hen voor hem op tafel. Prompt sprongen de kip en de haan op en liepen levend en wel over tafel. Om dat wonder te gedenken worden sindsdien – met officiële pauselijke goedkeuring – een levende kip en haan in de kerk gehouden.

De drukke Camino Frances
Maar goed, na een kort wandelingetje door de stad plofte ik op bed, las wat en viel in slaap. Ik lag bovenin een stapelbed. Mijn benedenbuurvrouw snurkte de hele nacht hartstochtelijk, maar ik was zo moe dat ik het wel hoorde, maar het deerde me niet. Om vijf uur ’s ochtends begonnen de eerste mensen al op te staan. Zelf bleef ik tot zes uur liggen. Hier op de Camino Frances zijn zoveel pelgrims, dat al die wandelaars elke dag opnieuw een sprint trekken om op tijd bij de volgende herberg te zijn. Daarvoor staan ze extreem vroeg op, lopen te snel of nemen te weinig pauze. Ik heb vandaag al drie mensen gesproken die zich zo hebben laten opjagen dat ze blessures hebben opgelopen. Lekker ontspannen! Op de fiets heb ik daar gelukkig geen last van. Mijn wegen leiden sowieso meestal een stukje van de wandelroute af, waardoor ik ook hier nog uren door absolute rust en eenzaamheid fiets. De route sluit wel aan op dezelfde refugio’s, maar tot nu toe heb ik altijd gewoon een plekje gekregen. En als dat niet zo zou zijn, ben je op de fiets natuurlijk snel een paar kilometer verderop. Ik weet wel dat als ik de camino zou gaan wandelen, ik zeker niet voor de Camino Frances zou kiezen.

De wereld ontwaakt
Al met al zat ik om zeven uur op mijn fietsje. Wederom in het donker. Dat heeft als grote voordeel dat ik de zon zie opkomen onderweg. Dat is schitterend. Vanochtend was er ook nog eens een volle maan, die ik langzaam maar zeker achter de horizon zag verdwijnen.

IMG_0887.JPG

IMG_0879.JPG

IMG_0881.JPG

Paprika’s en mijnen
Ik fietste over heerlijk verlaten wegen, door een mooi afwisselend landschap. Eén van de dorpen die ik passeerde was gespecialiseerd in paprika’s. Overal paprikavelden en verkopers van verse paprika’s. Één bedrijf echter verkocht paprika in conserven, je weet wel, van die gerookte paprika’s in pot. Die eet ik dus nooit meer. Terwijl ik er langs fietste dacht ik, wat ruik ik toch. Toen zag ik het, een enorme zwarte walm steeg op uit een schoorsteen en binnen (de poort stond open) laaide een groot benzinevuur waarboven de paprika’s aan een soort lopend bandje rondgingen. Het was daarbinnen werkelijk zo smerig – met overal roestige stangen, hoopjes ondefinieerbare viezigheid en het zwart walmende vuur – dat is hoe je je de hel zou kunnen voorstellen.

Na de paprika’s kwam ik door mijnbouwgebied. Ik reed langs allemaal ingangen van verlaten mijngangen die hoog boven de weg uittorenden. Wat voor soort mijnen, ik zou het niet weten maar een stukje verderop lagen moderne open mijnen voor de cementindustrie.

Belorado
Mijn koffiestop was in Belorado. Bij binnenkomst van het plaatsje vond ik het vreselijk lelijk. De hoofdweg waar ik overheen reed ging langs een onooglijk pleintje met een paar café’s. Het zag er niet erg aanlokkelijk uit, dus ik besloot over het pleintje een straatje in te fietsen en warempel: daar lag een heel mooi plein, met daarachter nog vele knusse straatjes.

IMG_0892.JPG

IMG_0895.JPG

In het dorp kwam ik diverse andere pelgrims tegen, waaronder een behoorlijk bejaard Duits stel op de fiets. Ze reden op van die hele degelijke fietsen met terugtraprem, zonder versnelling. Ik was onder de indruk. Ze vonden het ook wel erg zwaar allemaal, hetgeen niet verbazingwekkend is, gezien het feit dat hier in Spanje werkelijk geen kilometer vlak is. Ik dronk een kop koffie en toen ik het stadje verliet kwam ik de Duitse man weer tegen. Of ik zijn vrouw gezien had? Die was hij al fietsend door de smalle straatjes uit het oog verloren en nu was hij haar kwijt. Ik wilde gaan zoeken, maar dat hoefde niet. Hij zou daar wel blijven wachten, want ooit zou ze daar toch wel langskomen.

Na Belorado leidde de weg door een heel stil en mooi gebied. De voetgangersweg naar Santiago volgt de hoofdweg tussen Sto. Domingo en Burgos, maar mijn weg ging daar ver vanaf. Met als gevolg dat ik langs prachtige dorpjes kwam, waar je anders nooit zou komen.

IMG_0896.JPG

IMG_0897.JPG

Ik passeerde ook nog een boer / kunstenaar. De man was net het vee aan het voeren, maar zijn erf stond vol met kunstwerken die gemaakt waren van oude werktuigen en gereedschappen.

IMG_0898.JPG

Burgos
Het fietsen ging snel vandaag. Veel bergop, maar ruim voor de middag had ik er al meer dan driekwart op zitten. Ik besloot tot een uitgebreide stop in het mooie San Juan de Ortega. Het dorp bestaat uit een kerk, een herberg en een café. Een prachtige rustplaats. Ik vond dat niet alleen, want er zaten wel dertig pelgrims op het terras.

IMG_0901.JPG

IMG_0902.JPG

IMG_0903.JPG

Toen ik uitgerust was, was ik binnen een uurtje in Burgos. Daar moest ik in de rij om een slaapplekje te bemachtigen in de enorme pelgrimsherberg. Kort nadat ik binnen was, was het vol. Weer geluk gehad. Toen ik me aan het installeren was, viel het meisje dat boven me in het stapelbed slaapt bijna flauw. Ik gaf haar wat te eten, waarna ze weer bij kwam. Toen ik even later de stad in liep zat ze ergens op een terras. Ze bestelde een biertje voor me en we wisselden wat camino-ervaringen uit.

Maar wat is Burgos – de stad van El Cid – toch een fantastische stad. De kathedraal is ongeëvenaard. Ik liep er ruim anderhalf uur rond, probeerde foto’s te maken van de pracht en praal, maar dat is natuurlijk nooit op een foto te vangen. Daarom alleen een paar foto’s van dakramen.

IMG_0937.JPG

IMG_0930.JPG

IMG_0935.JPG

Na de kathedraal slenterde ik wat rond en nu zit ik op de passeo, waar de Spanjaarden flaneren, kijken en bekeken worden. Ik zat nog niet of een man op een bankje tegenover me begon spontaan een flamenco te zingen. Geweldig.

IMG_0945.JPG

Tenslotte, omdat ik klachten kreeg dat ik zelf nooit op de foto sta, bij dezen:

IMG_0839-0.JPG

Dag 20 doodop

Vandaag was een lange, zware dag. Een mooie weg, dat wel. Weer schitterend uitzicht, mooie dorpen en steden. En de eerste vijftig kilometer rok het de hele weg naar kamille; heerlijk. Maar ik ben nu zo moe, dat ik vandaag volsta met wat foto’s.

De zon komt op

IMG_0807.JPG

Bergen of wolken?

IMG_0812.JPG

Villamayor de Monjardin

IMG_0806.JPG

Daar kom ik vandaan gefietst

IMG_0818.JPG

Logroño

IMG_0832.JPG

Nájera

IMG_0835.JPG

IMG_0836.JPG

Dag 4 Champagne

Varennes en Argonne – Châlon en Champagne (23 augustus)

Mijn notitieboekje heeft de regen niet goed doorstaan. Van verschillende verhalen rest nu niet meer dan een blauwe vlek.

Vanochtend om vijf uur werd ik wakker door hanengekraai. Het eerste dat ik dacht was Jösesmaria, waar ben ik aan begonnen? Ik miste mijn lief en de kinderen, heel intens. Onderweg heb ik me afgevraagd waarom eigenlijk. Is het gewoonte? De gezelligheid? Ik kwam tot de volgende (voorlopige) conclusie: ik miste de gezellige drukte van thuis, de aanspraak, de gesprekken. Ik miste het warme bed dat we met zijn tweeën delen. Ik miste het om te zorgen en te helpen en ik miste het om reacties te krijgen op de dingen die ik doe. Is dat gewoonte? Soit.

Vanochtend zat ik om 7.15 uur op de fiets. Het zou beginnen met een klim van 3 à 4 kilometer, daar zag ik tegenop. Maar, de ene klim is de andere niet, dus ik was zo boven. Eerst voerde de weg door dichte bossen. Af en toe scheen de zon door de takken. Gelukkig, want ’s nachts had het geregend. De bossen waren mooi en indrukwekkend. Behalve dat het mooie, groene bossen waren verborgen ze nog vele overblijfselen van WO I. Er lagen nog loopgraven, her en der tussen de bomen stond een stukgeschoten muurtje en om de zoveel kilometer passeerde ik een klein monumentje of een begraafplaats. Na de bossen volgden weilanden en ook daar was die oorlog van honderd jaar geleden nog te zien. Ik las ergens dat de loopgravenoorlog het landschap heeft veranderd. Hier kun je dat zien: waar koeien lopen te grazen wordt het weiland op plaatsen doorsneden door onnatuurlijke greppels en kraters. Op sommige plekken zie je donkere, brede banen die zich een weg slingeren door het grasveld. Op oude loopgraven lijkt het gras anders te groeien.

Het zonnetje waar ik het over had was inmiddels verdwenen. Donkere wolken pakten zich samen boven mijn hoofd en de eerste regendruppels op mijn rit dwongen me om regenkleren aan te trekken. Ik had ze nog niet aan, of het barstte los. Ik fietste zo’n 20 kilometer door de regen, waarna ik behoefte had aan wat rust. In het uitgestorven Somme-Bionne stond gelukkig een abri waar ik droog kon zitten. Daar bleek dat mijn tegenjasje die naam helemaal niet waard was. Mijn T-shirt was volledig doorweekt. Ik trok droge kleren aan en besloot op het einde van de bui te wachten. Na een half uur vielen er nog maar een paar druppels en besloot ik weer op weg te gaan.

Het landschap dat ik doorkruiste is in één woord te vangen: leeg. Ik hou daar wel van. Prachtige velden, lege horizon. In de velden die ik passeerde hebben de Romeinen, Galliërs en Visigothen tezamen Atilla de Hun verslagen en terug naar het oosten gejaagd. Ik kon me in dit gebied zo’n ouderwetse veldslag goed voorstellen. Uiteraard passeerde ik nog menige kerk, met als hoogtepunt de Basilique Notre-Dame de l’Epine. In een dorp van 700 mensen staat een gotische kerk die anderhalf keer zo groot is als de Meerssense basiliek. Ik genoot van de stilte van de kerk en stond in alle rust stil bij de vele dingen waar je bij stil kunt staan.

De rit was vandaag wat korter, zodat ik rond lunchtijd in Châlons was. Ik at een heerlijk streekgerecht: gepofte aardappels gevuld met gerookte en gebakken zalm. Super! Daarna naar de camping en de Decathlon om een nieuwe regenjas te kopen. En naar de Brico, voor een rol Ducttape. Daarmee kon ik mijn gespleten tentpaal repareren. Aan het eind van de middag doorkruiste ik het prachtige Châlons en nu ga ik eens wat eten.

Dag 3 nog wat aantekeningen

Een dingetje dat ik gisteren vergat te vermelden is dat in een tentje vlak bij het mijne (op de camping in Florentville) twee wandelaars zaten. Één van hen was vorig jaar naar Santiago gewandeld. Hij was er erg van nder de indruk: hij vertelde me hele verhalen – in het Frans, op volle snelheid. Ik kon hem redelijk volgen, maar ik verstond echt niet alles. Ineens zei hij ( ik had nog niet veel gezegd) dat ik goed Frans sprak. Ha.

Toen ik vanmiddag in Romagne lunchte, was de uitbaatster van het eethuisje net asbakken op tafel aan het zetten. Ze zei tegen me dat ik vast niet zou roken omdat ik zo sportief was. Toen ze hoorde dat ik naar Santiago ging fietsen, draaide ze de asbak op mijn tafel om: een schelp.

IMG_0334.JPG

In de namiddag ging ik naar het dorp (Varennes). Ik heb alles geleerd over de gevangenneming van Louis XVI, ik heb een gigantisch monument voor de Amerikaanse gevallenen van WO I gezien en het streekmuseum bezocht. Daar ging het ook voor het grootste deel over WOI. De wrede geschiedenis werd er levendig in beeld gebracht met foto’s uit die tijd,maquettes en gedetailleerde verhalen over individuele soldaten met een naam. Het was zo levendig dat ik er helemaal naar van werd. Wat een idioten zijn mensen.

De camping waar ik zit is leuk. Een hele kleine camping municipal, met veel vaste gasten. Nederlanders vooral, met schotelantennes, hondjes, kooktenten enzovoorts. Schattig.

Tenslotte: ik kreeg vandaag pijn in mijn rug, in mijn linkerschouder vooral. Ik hoop dat ik het weg krijg met oefeningen, want het voelt niet fijn.

Dag 3 naar Frankrijk

Florentville – Varennes en Argonne (22 augustus)

Nietig voelde ik me vandaag. Vanaf het moment dat ik Frankrijk binnen fietste was ik slechts een klein stipje in een uitgestrekt landschap. Over glooiende wegen langs eindeloze akkers en grasvelden. Het was er stil. Oorverdovend stil. Alleen de wind liet zich horen in de spleten van mijn valhelm.

IMG_0313.JPG

Maar voordat ik de Franse graanschuur betrad moest ik nog een paar kilometers door België, langs de Abdij van Orval. Wat een indrukwekkend gebouwencomplex is dat. Helaas was ik er op een onchristelijk vroeg tijdstip, dus ik kon niet binnen. Alleen de bierbrouwers waren al aan het werk.

IMG_0307.JPG

IMG_0311.JPG

Langs de al genoemde velden fietste ik naar Avioth, een boerendorpje met een enorme Basiliek. De Mariaverering schijnt hier enorm te zijn, maar nu was alles er uitgestorven. Dus ook geen koffie. Wel stopte er een bakkerbus, zodat ik mijn eerste croissant kon kopen.

IMG_0324.JPG

IMG_0315.JPG

Ook in de volgende dorpen was er geen koffie, hoewel mijn fietsboekje diverse adressen aangaf. Wel kwam ik ergens in een weiland Jeanne d’Arc tegen. Op een stille plek, ver van Orleans, stond ze daar fier over het land te kijken.

IMG_0325.JPG

Even verderop kon ik afbuigen naar de citadel van Montmedy, maar ik kon het niet opbrengen om een extra helling van 12% te gaan beklimmen. Ik kon de voorbije kilometers toch redelijk in mijn benen voelen. Na tal van mooie dorpjes, met elk hun eigen rolletje in de rijke geschiedenis, arriveerde ik in Dun-sur-Meuse. Behalve dat ik er een koffie dronk, keek ik naar het Maaswater dat binnenkort Nederland in zal stromen. Dun is een lelijk dorpje, met een mooie rivier.

IMG_0332.JPG

In Romagne at ik een lekkere salade, bij een restaurantje dat tegelijkertijd dienst doet als museum over WO I. Ik ontmoette er twee aardige Belgen, uit Gent, die vertelden dat ze twee jaar geleden de camino hadden gefietst, langs de westkant van Frankrijk. Nu fietsten ze langs de frontlinies uit de Grote Oorlog. Die oorlog is hier overal aanwezig. In Romagne ligt een gigantisch kerkhof voor Amerikaanse soldaten en her en der liggen – wat achteraf en een beetje verscholen – massa’s Duitse soldaten begraven. Het aantal graven op de Amerikaanse begraafplaats is niet te tellen. In zes weken tijd sneuvelden er hier 16.000 jongens. Ik werd er stil van.

IMG_0338.JPG

Ik finishte vandaag in Varennes-en-Argonne, waar Lodewijk XVI en Marie-Antoinette overnachtten, op de vlucht voor de revolutionairen. Ze werden er echter herkend, opgepakt en terug naar Parijs gevoerd. De rest van die geschiedenis is bekend.

Vandaag vielen me twee dingen op:
1. Nu weet ik waarom Frankrijk altijd één van de grote verdedigers van de Europese landbouwsubsidies is geweest. Er is hier alleen maar landbouw.
2. Ik wist het al wel, maar wat hebben de Amerikanen immense offers gebracht om Europa er bovenop te helpen. Dat heeft toen goed uitgepakt. Is het daarom dat ze nu nog steeds in diverse brandhaarden ingrijpen?