Kleine genoegens en kleine tegenslagen

genoegens
– dat de derailleur van mijn fiets soepeltjes de ketting van tandwiel naar tandwiel verlegd, door slechts een zachte druk van mijn vingers. Nu nog, na zo’n 2000 km fietsen, gaat dit vlekkeloos;
– dat ik al een hele tijd opzie tegen een in mijn boekje aangekondigde steile of moeilijke klim en dat ik ineens merk dat ik zonder al te grote inspanning de top al heb bereikt;
– dat ik in het donker op de fiets of aan het ontbijt zit en het al fietsend langzaam dag zie worden. Ongelooflijke kleurschakeringen tekenen dan de hemel.

tegenslagen
– omdat het handig bleek te zijn een paar hardgekookte eieren bij me te hebben, kocht ik op de tweede dag een doos eieren. In een dorpje enkele kilometers voor mijn eindpunt van de dag. Het doosje paste mooi in mijn stuurtas. Aangekomen op mijn bestemming bleken echter twee eieren gebroken te zijn. Mijn hele stuurtas en inhoud kleefde aan elkaar.
– mijn tentje heeft één stok. Na drie dagen kamperen spleet die over de lengte uiteen. Gelukkig passeerde ik een Bricot-depot waar ik een rol Ducttape kon kopen. Sindsdien voldeed de stok weer.
– bij de eerste de beste regenbui bleek mijn regenjasje die naam niet waardig. Of juist wel: de regen kwam er overvloedig doorheen. Toen ik de dag er na een Decathlon passeerde heb ik het direct vervangen.

Dag 22 nog een toevoeging: het truckerscafé

Ik schreef al dat ik vanochtend in het donker vertrok en heel lang in het donker reed. Ik had dus geen enkele hoop erop dat ik een cafeetje of iets dergelijks zou tegenkomen waar ik een kopje koffie kon drinken en iets eten (ik ontbijt dagelijks een keer of drie: bij het opstaan, om een uur of negen en nog een keer tussen tien en elf. Ik moet toch wat om niet té erg af te vallen). Maar ik had geluk. De leegte die ik doorkruiste werd ook doorkruist door een snelweg. Daar moest ik overheen en daar waar mijn weg de snelweg kruiste, lag het lelijkste dorp dat ik op mijn tocht ben tegengekomen. Een tankstation, een verzameling ongebruikte en half ingestorte loodsen, een paar half afgebouwde huizen en… Een truckerscafé. Het heette El Peregrino, hoe toepasselijk. Ondanks dat het nog zo vroeg was, was het open en aan de bar zaten een man of acht. Op tv stond een sportprogramma op, dus ik zag dat het Nederlands elftal gelijk had gespeeld. Tegen wie, dat miste ik even. Ik kreeg er een heerlijke koffie en een chocoladebroodje.

Maar het meest bijzondere was dat er ineens muziek van Patrick Watson uit de boxen schalde. Ongelooflijk. In Nederland heb ik dat nog nooit ergens gehoord, behalve bij ons thuis. Ik werd er helemaal blij van.

Dag 22 zon, wind en stof … en zon

Burgos – Calzadilla de la Cueza

Door de duisternis
Veel te vroeg was ik vandaag. Er waren een paar Duitsers die extreem vroeg uit het refugio vertrokken en daarbij nogal wat lawaai maakten. Ik dus ook klaarwakker. Op kousenvoeten pakte ik mijn spullen en nam een ontbijt. Toen vertrok ik. Maar het was nog hartstikke donker. Toen ik op mijn horloge keek bleek het pas half zeven te zijn. Om Burgos uit te komen was noet zo’n probleem, de straatlantaarns lichtten mij goed bij. Maar op het platteland was er echt een diepe duisternis. Het ging bergop, dat voelde ik aan mijn benen, maar mijn lampje scheen nog geen meter voor me uit. Gelukkig was het bijna volle maan, zodat ik nog een beetje licht had.

Eenzaamheid, hitte en stof
Na een tijdje kwam de zon toch gewoon op en bleek ik me weer op doodstille eenzame wegen te bevinden. Na een laatste heuveltje veranderde het landschap in één keer volledig. Eerst was het heuvelachtig en groen, nu werd het vlak en kurkdroog. Een groot deel van de weg leidde door de beruchte Tierra de Campos, een totaal geërodeerd landschap waar permanente droogte heerst. Zeker voor de wandelende pelgrim is het een uitputtingsslag. Ik moet zeggen dat ik me nadien ook wel behoorlijk doorbakken voelde en mijn keelgat voelde alsof ik een kilo stof had gegeten. Ondanks dat ik onderweg liters water had gedronken.

Drie kilometer voordat ik bij mijn einddoel voor vandaag kwam, passeerde ik een Koreaanse vrouw. Ze was helemaal uitgedroogd en oververhit. Ik liet haar een bidon water leegdrinken en toen ging het wel weer. Later zag ik haar veilig arriveren in de refugio.

Zo ziet het er daar uit op de Campos:

IMG_0960.JPG

IMG_0996.JPG

IMG_0993.JPG

IMG_0995.JPG

De weg was trouwens grotendeels grindweg vandaag. Een soort Parijs – Roubaix light.

Mooie dorpen
Hoewel de streek die ik doorkruiste vrij uitgestorven lijkt, passeerde ik geweldige dorpjes en stadjes. Het is allemaal wat armoedig, maar er staat ongelooflijk historisch en cultureel erfgoed. Bijvoorbeeld de ruïne van het klooster van St. Antón dat ik passeerde.

IMG_0964.JPG

De Tempeliersburcht van Castrojeriz:

IMG_0968.JPG

De middeleeuwse Pons Fitera:

IMG_0969.JPG

En in Boadilla del Camino de bijzondere zuil van de rechterlijke macht. Hier werd recht gesproken en veroordeelden werden bij de zuil tentoongesteld als deel van hun straf.

IMG_0970.JPG

Verder passeerde ik nog een hele reeks prachtige kerken, waarvan er twee extra opvielen. De volledig intacte Romaanse kerk San Martin in Frómista:

IMG_0976.JPG

IMG_0977.JPG

En de indrukwekkende Tempelierskerk in Villalcázar de Sirga:

IMG_0987.JPG

IMG_0984.JPG

IMG_0986.JPG


Duitse dames

Onderweg kwam ik trouwens nog twee Duitse dametjes tegen. Ze waren met een busreis. De groep werd elke dag ergens op de camino afgezet om zo’n tien kilometer te lopen. De twee dametjes waren te slecht ter been om mee te lopen, dus ze deden het hele stuk in de bus. Dat nam niet weg dat ze een foto van mij konden maken bij een eenzaam kruis op een Castiliaanse weg.

IMG_0962.JPG

Dag 21 relaxed dagje

Santo Domingo de las Calzadas – Burgos

De haan en de hen
Ik lag gisteravond net na half negen op bed. Van tevoren was ik uiteraard wel even de beroemde kathedraal van Santiago de las Calzadas gaan bezoeken, de kathedraal met de levende kip en haan.

IMG_0848.JPG

IMG_0857.JPG

Bij die kip en haan hoort een mooi verhaal. Ergens in de middeleeuwen waren er drie pelgrims, een vader en moeder en hun zoon. De dochter van de herbergier werd verliefd op de zoon, maar die zag dat niet zitten. Uit woede dat ze een blauwtje gelopen had, stopte het meisje een zilveren beker inde tas van de jongen en beschuldigde hem van diefstal. De straf voor diefstal was de galg en dus werd de jongeman gehangen. Vol verdriet liepen de vader en moeder door naar Santiago. Daarna keerden ze op hunschreden terig om het graf van hun zoon te bezoeken. Die hing echter nog levend aan de galg toen ze daar aankwamen. Hij had gebeden tot St. Jacob (of St. Domingo, dat weet ik niet meer zeker) en die had hem laten leven. Of zijn ouders zo vriendelijk wilden zijn om naar de burgemeester te gaan om te vragen of hij los gemaakt kon worden. Dat deden ze, maar de burgemeester zat net uitgebreid te tafelen. Op tafel stond een dampende schotel met gebraden haan en hen. Hij beluisterde het verhaal van de ouders en geloofde niets van hun verhaal. Hij zei dat die zoon van hun net zo dood was als die haan e hen voor hem op tafel. Prompt sprongen de kip en de haan op en liepen levend en wel over tafel. Om dat wonder te gedenken worden sindsdien – met officiële pauselijke goedkeuring – een levende kip en haan in de kerk gehouden.

De drukke Camino Frances
Maar goed, na een kort wandelingetje door de stad plofte ik op bed, las wat en viel in slaap. Ik lag bovenin een stapelbed. Mijn benedenbuurvrouw snurkte de hele nacht hartstochtelijk, maar ik was zo moe dat ik het wel hoorde, maar het deerde me niet. Om vijf uur ’s ochtends begonnen de eerste mensen al op te staan. Zelf bleef ik tot zes uur liggen. Hier op de Camino Frances zijn zoveel pelgrims, dat al die wandelaars elke dag opnieuw een sprint trekken om op tijd bij de volgende herberg te zijn. Daarvoor staan ze extreem vroeg op, lopen te snel of nemen te weinig pauze. Ik heb vandaag al drie mensen gesproken die zich zo hebben laten opjagen dat ze blessures hebben opgelopen. Lekker ontspannen! Op de fiets heb ik daar gelukkig geen last van. Mijn wegen leiden sowieso meestal een stukje van de wandelroute af, waardoor ik ook hier nog uren door absolute rust en eenzaamheid fiets. De route sluit wel aan op dezelfde refugio’s, maar tot nu toe heb ik altijd gewoon een plekje gekregen. En als dat niet zo zou zijn, ben je op de fiets natuurlijk snel een paar kilometer verderop. Ik weet wel dat als ik de camino zou gaan wandelen, ik zeker niet voor de Camino Frances zou kiezen.

De wereld ontwaakt
Al met al zat ik om zeven uur op mijn fietsje. Wederom in het donker. Dat heeft als grote voordeel dat ik de zon zie opkomen onderweg. Dat is schitterend. Vanochtend was er ook nog eens een volle maan, die ik langzaam maar zeker achter de horizon zag verdwijnen.

IMG_0887.JPG

IMG_0879.JPG

IMG_0881.JPG

Paprika’s en mijnen
Ik fietste over heerlijk verlaten wegen, door een mooi afwisselend landschap. Eén van de dorpen die ik passeerde was gespecialiseerd in paprika’s. Overal paprikavelden en verkopers van verse paprika’s. Één bedrijf echter verkocht paprika in conserven, je weet wel, van die gerookte paprika’s in pot. Die eet ik dus nooit meer. Terwijl ik er langs fietste dacht ik, wat ruik ik toch. Toen zag ik het, een enorme zwarte walm steeg op uit een schoorsteen en binnen (de poort stond open) laaide een groot benzinevuur waarboven de paprika’s aan een soort lopend bandje rondgingen. Het was daarbinnen werkelijk zo smerig – met overal roestige stangen, hoopjes ondefinieerbare viezigheid en het zwart walmende vuur – dat is hoe je je de hel zou kunnen voorstellen.

Na de paprika’s kwam ik door mijnbouwgebied. Ik reed langs allemaal ingangen van verlaten mijngangen die hoog boven de weg uittorenden. Wat voor soort mijnen, ik zou het niet weten maar een stukje verderop lagen moderne open mijnen voor de cementindustrie.

Belorado
Mijn koffiestop was in Belorado. Bij binnenkomst van het plaatsje vond ik het vreselijk lelijk. De hoofdweg waar ik overheen reed ging langs een onooglijk pleintje met een paar café’s. Het zag er niet erg aanlokkelijk uit, dus ik besloot over het pleintje een straatje in te fietsen en warempel: daar lag een heel mooi plein, met daarachter nog vele knusse straatjes.

IMG_0892.JPG

IMG_0895.JPG

In het dorp kwam ik diverse andere pelgrims tegen, waaronder een behoorlijk bejaard Duits stel op de fiets. Ze reden op van die hele degelijke fietsen met terugtraprem, zonder versnelling. Ik was onder de indruk. Ze vonden het ook wel erg zwaar allemaal, hetgeen niet verbazingwekkend is, gezien het feit dat hier in Spanje werkelijk geen kilometer vlak is. Ik dronk een kop koffie en toen ik het stadje verliet kwam ik de Duitse man weer tegen. Of ik zijn vrouw gezien had? Die was hij al fietsend door de smalle straatjes uit het oog verloren en nu was hij haar kwijt. Ik wilde gaan zoeken, maar dat hoefde niet. Hij zou daar wel blijven wachten, want ooit zou ze daar toch wel langskomen.

Na Belorado leidde de weg door een heel stil en mooi gebied. De voetgangersweg naar Santiago volgt de hoofdweg tussen Sto. Domingo en Burgos, maar mijn weg ging daar ver vanaf. Met als gevolg dat ik langs prachtige dorpjes kwam, waar je anders nooit zou komen.

IMG_0896.JPG

IMG_0897.JPG

Ik passeerde ook nog een boer / kunstenaar. De man was net het vee aan het voeren, maar zijn erf stond vol met kunstwerken die gemaakt waren van oude werktuigen en gereedschappen.

IMG_0898.JPG

Burgos
Het fietsen ging snel vandaag. Veel bergop, maar ruim voor de middag had ik er al meer dan driekwart op zitten. Ik besloot tot een uitgebreide stop in het mooie San Juan de Ortega. Het dorp bestaat uit een kerk, een herberg en een café. Een prachtige rustplaats. Ik vond dat niet alleen, want er zaten wel dertig pelgrims op het terras.

IMG_0901.JPG

IMG_0902.JPG

IMG_0903.JPG

Toen ik uitgerust was, was ik binnen een uurtje in Burgos. Daar moest ik in de rij om een slaapplekje te bemachtigen in de enorme pelgrimsherberg. Kort nadat ik binnen was, was het vol. Weer geluk gehad. Toen ik me aan het installeren was, viel het meisje dat boven me in het stapelbed slaapt bijna flauw. Ik gaf haar wat te eten, waarna ze weer bij kwam. Toen ik even later de stad in liep zat ze ergens op een terras. Ze bestelde een biertje voor me en we wisselden wat camino-ervaringen uit.

Maar wat is Burgos – de stad van El Cid – toch een fantastische stad. De kathedraal is ongeëvenaard. Ik liep er ruim anderhalf uur rond, probeerde foto’s te maken van de pracht en praal, maar dat is natuurlijk nooit op een foto te vangen. Daarom alleen een paar foto’s van dakramen.

IMG_0937.JPG

IMG_0930.JPG

IMG_0935.JPG

Na de kathedraal slenterde ik wat rond en nu zit ik op de passeo, waar de Spanjaarden flaneren, kijken en bekeken worden. Ik zat nog niet of een man op een bankje tegenover me begon spontaan een flamenco te zingen. Geweldig.

IMG_0945.JPG

Tenslotte, omdat ik klachten kreeg dat ik zelf nooit op de foto sta, bij dezen:

IMG_0839-0.JPG

Dag 20 doodop

Vandaag was een lange, zware dag. Een mooie weg, dat wel. Weer schitterend uitzicht, mooie dorpen en steden. En de eerste vijftig kilometer rok het de hele weg naar kamille; heerlijk. Maar ik ben nu zo moe, dat ik vandaag volsta met wat foto’s.

De zon komt op

IMG_0807.JPG

Bergen of wolken?

IMG_0812.JPG

Villamayor de Monjardin

IMG_0806.JPG

Daar kom ik vandaan gefietst

IMG_0818.JPG

Logroño

IMG_0832.JPG

Nájera

IMG_0835.JPG

IMG_0836.JPG

Dag 19 Door Navarra

Roncevalles – Estella

Drukte in Roncevalles
De abdij in Roncevalles is echt enorm. Vannacht werd er om mij heen in diverse toonsoorten gesnurkt. Ik sluit niet uit dat ik ook een duit in het zakje heb gedaan. Toch sliep ik vrij goed, maar om 6 uur was ik klaarwakker. Mooi moment om op te staan. De meeste pelgrims in het klooster gingen vandaag pas beginnen of begonnen aan hun tweede dag. Zij sliepen uit. Je kon precies zien wie al langer onderweg was: diegenen die om half zeven of vroeger aan het ontbijt zaten bij het café naast de abdij. Ik zat daar ook bij. Ik hoorde dat er vandaag 450 pelgrims hadden overnacht.

Geluk
Doordat ik zo vroeg wakker was en ontbeten had, was het nog donker toen ik vertrok. En mistig. Daar had de man uit Schin op Geul me al voor gewaarschuwd. Met alle lampjes ontstoken, die ik bij me heb, daalde ik de berg af. Er was geen kip op de weg, behalve wandelaars. Een paar kilometer na Roncevalles wachtte me nog twee colletjes, de Alto Mezkiritz en de Alto Erro. Daarna ging het lekker bergaf naar Pamplona. Na de Alto Erro loste de mist op in de zon en kreeg ik de prachtigste vergezichten voorgeschoteld. Ik verval in herhalingen, maar de Pyreneeën zijn echt van een ongelooflijke schoonheid. Ik werd er helemaal gelukkig van.

IMG_0756.JPG

IMG_0758.JPG

IMG_0755.JPG

Pamplona
En toen was ik in Pamplona. Ik had er eerst omheen willen fietsen omdat ik er al eens uitgebreid was geweest voor mijn werk. Maar het is natuurlijk wel één van de hoofdplaatsen op de camino. Dus toch er heen. Het is een prachtige stad. Toen ik er binnen reed was ze aan het ontwaken. Er was een soort van jaarmarkt; overal in de straten werden kraampjes opgezet. Ik keek op mijn gemak rond, deed boodschappen en dronk koffie, om daarna weer verder te trekken.

IMG_0765.JPG

IMG_0763.JPG

Eenzaamheid
Ik zei al, uit Roncevalles vertrokken vanochtend 450 pelgrims. De meesten te voet, dus daar loop ik ver op vooruit. Maar ook in de omgeving van Pamplona wemelde het van de pelgrims. Het lijkt af en toe nog het meest op een wandelvierdaagse. Maar het mooie met de fiets is dat ik op stukken kom waar én geen wandelaars meer te zien zijn én geen autoverkeer rijdt vanwege allemaal nieuwe snelwegen. Het stuk van Pamplona naar Puenta de la Reina was dan ook volstrekt eenzaam. Vijfendertig kilometer zonder een levende ziel (behalve een wielrenner) tegen te komen. Door een kurkdroog landschap met kilometers vals plat en heuvel. Het was zwaar maar geweldig.

IMG_0770.JPG

Puenta de la Reina
Vlak voor Puenta de la Reina ligt de kapel van Sta. Maria de Eunate. Dat is een heel bijzondere plek. De kapel uit de twaalfde eeuw is prachtig en het is er intens stil. Je hoort alleen de wind tussen de arcaden waaien. Geen wonder dat de meeste pelgrims verleid worden om hier neer te zijgen en uit te rusten.

IMG_0777.JPG

Puenta de la Reina is ook een belangrijke plek op de camino. Hier konden de pelgrims vroeger de rivier de Arga oversteken. Het is een mooi stadje. Toen ik er aan kwam werden er net twee busladingen toeristen uitgeladen. Één bus Duitsers en één bus Amerikanen. Beide groepen zwermden zo luidruchtig uit in de smalle straatjes, dat ik me er al snel overbodig voelde. Ik stak snel de pelgrimsbrug over en zette mijn weg voort naar de eindbestemming Estella.

IMG_0782-0.JPG

Maar toen werd het zwaar. Vanaf Puenta de la Reina ging de weg stiekem steeds verder omhoog, net als de temperatuur. Het was inmiddels een graad of 35. Waar ik gisteren fluitend de Puerta de Ibañeta over fietste, moest ik nu bij veel kleinere heuvels diep in de reserves. Bij elke top voelde ik me uitgedroogd. Gelukkig was er in Lorca een pelgrimsherberg waar ik even kon rusten en een halve liter cola kreeg voorgeschoteld. Het siste bijna op mijn tong, zo warm had ik het. De laatste acht kilometer naar Estella gingen daarna weer van een leien dakje.

Estella
Estella is ook een heel mooi stadje. Het was (lang geleden) de hoofdstad van het koninkrijk Navarra. Er staat nog een koninklijk paleis uit de twaalfde eeuw en een hele massa kerken, de ene nog indrukwekkender dan de andere.

Ik heb een slaapplekje in de pelgrimsherberg van één van de parochies. De sfeer is er geweldig. Het is overvol, vier mensen moeten buiten slapen in een geïmproviseerde tent, eentje slaapt in de keuken. Maar het klikt enorm goed tussen alle pelgrims. Met Laura en John uit Nebraska en Stephan uit Zweden had ik lange gesprekken totdat het onweer ons naar binnen dreef.

Extraatje van deze refugio is dat er massages worden aangeboden. Pilar masseerde mijn vermoeide rug. Zalig.

Pelota

Volksport nummer 1 in Baskenland is Pelota. Het lijkt een beetje op het Friese kaatsen, maar wordt tegen een muur gespeeld. Zowel in Frans als Spaans Baskenland kom ik in de kleinste dorpen een pelotaveld tegen: een groene muur, met belijning er voor. Op die muren staat telkens de plaatsnaam en het jaartal dat de muur gebouwd is. De oudste die ik zag was uit 1922.

IMG_0787.JPG