Dag 26 Gearriveerd

Portomarin – Santiago de Compostela

Rustig opstaan
De dag van gisteren was zwaar. Daarom bleef ik wat langer op bed liggen en deed het ’s ochtends rustig aan met klaar maken voor vertrek. Ik zou nog ruim honderd kilometer moeten fietsen naar Santiago, dus ik overwoog om het over twee dagen uit te smeren.

Ondanks dat ik rustig opstond, stond ik om kwart over zeven gepakt en gezakt buiten de herberg. Het was nog donker, inmiddels wordt het pas even over acht licht. En, het was mistig. Het eerste stuk van de rit zou een flinke klim van twaalf kilometer worden, door bos en landelijk gebied. Daar is geen straatverlichting, dus ik besloot om in elk geval te wachten tot de zon op was. Dat gaf de gelegenheid om een lekker ontbijtje te nemen en nog wat te relaxen. Inmiddels was ik er zeker van dat ik morgen pas zou aankomen in Santiago. Maar ja, zoals ik inmiddels wel heb geleerd loopt niets zoals gepland.

Mist en tranen
Het was goed dat ik op daglicht had gewacht want het was echt mistig. Met al mijn lampjes aan reed ik door dikke flarden mist de vrij pittige helling op. Het was zondagochtend vroeg, dus er was gelukkig vrijwel geen verkeer op weg. Toen de mist begon op te trekken zag ik voor de zoveelste keer – en voorlopig de laatste keer – uit op een oogstrelend uitzicht.

IMG_1118.JPG

IMG_1119.JPG

IMG_1120-0.JPG

Net op het moment dat ik al die schoonheid om me heen aanschouwde was ik aan het terugdenken aan wat ik in de afgelopen weken allemaal heb meegemaakt en dat dat nu bijna afgelopen is. Ik dacht aan waarom ik hier überhaupt aan begonnen was en stelde mezelf de vraag wat het me gebracht heeft. Die gedachten, in combinatie met de mooie wereld om mij heen ontroerde me zo diep dat de tranen over mijn wangen rolden. Reed ik daar, ver weg in Spanje, jankend een berg op. Eerst zag ik nauwelijks iets door de mist, nu door mijn tranen. Het duurde wel vijf kilometer voordat ik weer wat bedaard was.

Het materiaal is aan het eind van zijn Latijn
Laatst schreef ik over de derailleur van mijn fiets, dat die zo lekker loopt. Maar vandaag, vlak voor de eindstreep begon hij te haperen. Het is ook allemaal zo vies van het stof, de regenbuien, de modder. Ik stopte ergens om alles zo goed en zo kwaad als het ging schoon te maken om vervolgens verder te fietsen.

Wedstrijdje
De route liep een stuk over de N547, waarvan in het routeboekje wordt gezegd dat die afschuwelijk druk en gevaarlijk is. Zoals ik al zei was het echter zondag en was er geen kip op de weg. Het fietste heerlijk. Fijne heuvels, geen mooie maar wel gezellige dorpjes waar ik doorheen fietste. De N547 loopt ook recht langs de echte (voetgangers)camino. Een grappig fenomeen in die laatste honderd kilometer is het af en aan rijden van taxi’s. Ze brengen rugzakken van het ene naar het andere dorp, vervoeren mensen die eigenlijk toch liever niet lopen of een stukje willen overslaan. Het lijkt er op dat veel pelgrims op dit stuk vooral uit zijn op het papiertje dat ze aan het eind krijgen (de Compostela) en niet zozeer bezig zijn met de tocht zelf. Erg grappig om mensen die nog helemaal fris gewassen zijn, met hooguit een piepklein handtasje of rugzakje, zich te zien voortbewegen tussen de stoffige en naar herbergovernachtingen ruikende, doorgewinterde pelgrims, die al weken onderweg zijn.

Vanwege die vermeende drukte op de weg, leidt het routeboekje vanaf Melide via een omweg naar Santiago. En, vanwege de rust die er in werkelijkheid was op die weg, besloot ik om de omweg over te slaan. Ik reed gewoon langs het voetpad op, via de N547 verder. Het liep lekker, ik genoot en de kilometers smolten als sneeuw voor de zon. Op een gegeven moment werd ik ingehaald door een wielerclub, althans door de voorhoede daarvan. De achterste twintig man fietste ongeveer even snel als ik, in elk geval berg op. Één van hen had de onweerstaanbare behoefte om me in te halen. Dat deed hij dan ook. Het was echter een behoorlijk lange helling en terwijl hij na het inhalen stil viel, fietste ik gewoon in één tempo door naar boven en haalde hém weer in. Zijn fietsvrienden achter ons joelden hem met zijn allen uit. Dat stak, want vlak voor de top kwam hij weer, puur op kracht, aangefietst om me in te halen. Hij riep “I win!”, maar ik kon dat toch niet laten gebeuren, ging even op de pedalen staan en gaf hem het nakijken. Hilariteit alom bij de rest van de groep. Op het vlakke kwamen ze allemaal een voor een naast me fietsen om me schouderklopjes en felicitaties te geven. Als laatste kwam de man die me had willen inhalen. Hij sloeg me breed grijnzend op de schouder. In gebroken Engels zei hij: “you are too forte”.

Toch naar het einde
Door alle afleiding had ik niet echt opgelet hoe ver ik had gefietst, ook omdat ik in de veronderstelling was dat ik vrij vroeg zou stoppen vandaag. Maar ineens zag ik een bord langs de weg staan waarop stond dat Santiago nog 46 kilometer was. Terwijl het nog niet eens twaalf uur was. Dat betekende dat ik met lunch- en rustpauzes rond half drie daar zou kunnen zijn. Tijd om het plan te wijzigen. Ik keek drie keer op mijn kaarten of ik me niet vergiste en besloot toen om ergens stevig te gaan lunchen en dan toch maar naar de eindbestemming door te rijden.

Ik nam nog even ergens een verkeerde afslag en verdwaalde bijna in een wirwar van landweggetjes, maar werd gered door een toevallige voorbijganger. Toen ik weer op de juiste weg zat, was ik voordat ik het wist bij de luchthaven van Santiago. Daar reed ik over een hele stille weg, met overal daarlangs tekens die duiden op de camino.

Alweer in tranen
In het besef dat binnen acht kilometer mijn tocht ten einde zou zijn, werd ik opnieuw overvallen door intense emoties. Blij dat ik aankwam, bedroefd dat het over was, gelukkig dat ik het gedaan had, dankbaar dat het goed gegaan was; opnieuw reed ik kilometerslang met de tranen biggelend over mijn wangen. De blaas wat dicht bij de ogen, zou mijn oma zeggen, maar het was goed zo.

Aankomen
Tja en toen reed ik de stad binnen. Wegversperring na wegversperring trotseerde ik. De hele binnenstad was afgezet vanwege de finale van de Vuelta, maar pelgrims mochten gewoon door. Het eerste wat ik deed was naar het graf van Sint Jacob, om daarna bij het pelgrimsbureau mijn Compostela te ontvangen. Er stond een lange rij, maar tijdens het wachten had ik een leuk gesprek met een vrouw uit Berlijn. Zij was al vijf dagen geleden aangekomen, maar was in de tussentijd nog naar Fisterra gegaan. Ik heb besloten dat niet te doen, maar zij adviseerde me om dat een volgende keer zeker wel te doen.

IMG_1217-1.JPG

Ik dronk een kop koffie in de Huiskamer van de Lage Landen en ging op zoek naar een slaapplek. Dat viel niet mee, want door het wielrennen is de stad propvol. Na tevergeefs bij twee herbergen te hebben gevraagd liep ik, terwijl ik op weg was naar het derde adres, langs een leuk hotelletje achter de kathedraal. Daar hadden ze nog een kamer voor me. Natuurlijk wel duurder dan een herberg, maar ik moet zeggen, het is heerlijk om als afsluiting even een kamer, douche en wc helemaal voor jezelf te hebben.

Vuelta a España
Toen ik opgefrist was wilde ik naar de St. Franciscuskerk lopen, want daar krijg je dit jaar een speciale Compostela. St. Franciscus heeft volgens de overlevering namelijk precies 800 jaar geleden zijn pelgrimstocht naar Santiago voltooid. Elke honderd jaar wordt aan pelgrims een speciale Compostela uitgereikt om dit te herdenken. De eerstvolgende mogelijkheid om die speciale Compostela te ontvangen is dus pas over honderd jaar.
De Vuelta houdt echter geen rekening met dit soort zaken. Ik liep namelijk naar de kerk toe, maar die bleek midden in het tijdritparcours te liggen. Ik was er vlakbij maar kon er gewoon niet komen.

IMG_1126-0.JPG

Als wielerliefhebber voelde ik me toen genoopt om me met profane zaken bezig te houden. Tegenover de St. Franciscuskerk vond ik een mooi plekje, op honderd meter voor de finish, waar ik de wedstrijd goed kon zien. Het was erg spectaculair, elke keer als er een coureur aankwam maakte het publiek een hels lawaai en de bocht waar ik voor stond werd vrijwel door iedereen met maximaal risico genomen.

IMG_1128-1.JPG

Beetje bij beetje liep ik richting de finish en op enig moment stond ik 25 meter voor het eind. Als noord-Europeaan ben ik dan in het voordeel. De Spanjaarden zijn gemiddeld volgens mij wel dertig centimeter kleiner dan wij, dus ik kon mooi over iedereen heen kijken en alles goed zien. Het was geweldig. Helaas begon het ineens te stortregenen en moest ik uiteindelijk een schuilplek zoeken, zodat ik de echte klassementsrenners niet heb kunnen zien. Wel op tv overigens.

IMG_1133-2.JPG

IMG_1136-1.JPG

In de loop van de avond bezocht ik de pelgrimsmis in de kathedraal. Normaal wordt daar met een immens groot wierookvat gezwaaid, een bekend spectakelstuk, maar omdat binnen alles in de steigers staat ging dat feest helaas niet door.

Na de huldiging van El Pistolero ging het feest in de stad nog tot in de kleine uurtjes door, maar ondanks de herrie buiten viel ik in een lekker bed in een diepe slaap.

8 gedachten over “Dag 26 Gearriveerd”

  1. Mooi dat je er lekker naartoe bent kunnen fietsen. Moet een prachtig gevoel zijn geweest Santiago te naderen en er binnen te fietsen. Doel bereikt en weer verder. Tot binnenkort.

  2. Beste Bart,
    Vsn harte gefeliciteerd met deze geweldige prestatie, ook namens Laura en Marjo. We hebben genoten van al je verhalen en foto’s.

    Gr. Ton

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *