Dag 23 nog meer Campos en León

Calzadilla de la Cueza – Villar de Mazarife

Calzadilla
Calzadilla de la Cueza, waar ik de nacht doorbracht, is een grappig dorp. Aan de oostkant wordt het begrensd door een dorre vlakte waar doorheen een grindpad loopt in de richting van de bewoonde wereld, zo’n twintig kilometer verderop. Dat was de weg die ik gisteren fietste. Aan de westkant blijkt het er net zo uit te zien, met als enige verschil dat parallel aan het grindpad een verharde weg loopt. De bewoonde wereld is aan die westkant even ver weg. Het dorp zelf is een verzameling huisjes die lijken te zijn neergegooid, zoals je met dobbelstenen doet. Er zit geen enkele logica in het stratenplan. De enige logica die er lijkt te zijn is dat het dorp midden op één van de zwaarste en meest meedogenloze stukken van de camino ligt en dat er daarom bij binnenkomst aan de oostkant twee albergues of refugio’s liggen. De uitgedroogde pelgrim kan er niet omheen. Doe je dat wel, dan stuit je op het dorpscafé annex restaurant. Daar werd gisteravond het pelgrimsmenu verzorgd.

Met zijn allen in de eetzaal en dan maar bijtanken. Ik zat aan tafel met Kevin uit Ierland. Kevin was net gensioneerd, iets dat hij helemaal niet wilde. Hij wilde werken. Om dat los te kunnen laten was hij de camino gaan lopen vanaf St. Jean Pied de Port. We hadden een gezellige maaltijd samen en ik ging daarna vroeg naar bed. Helaas kon ik de slaap niet vatten. De Koreaanse vrouw die ik ’s middags nog van water had voorzien lag in het bed naast me te snurken en in haar slaap te kreunen, het was erg warm en ik leek wel niet moe. Gelukkig stond men ’s ochtends niet zo godallemachtig vroeg op. Volgens mij was iedereen kapot van de Tierra de Campos. Dus voor het eerst sinds dagen sliep ik weer eens uit tot half zeven. Ik pakte mijn rotzooi in en nam een ontbijtje bij het dorpscafé. Om half acht was ik op weg; het werd net dag .

IMG_0998.JPG

Sahagún
Ik fietste op het gemak (het was lekker vlak) naar Sahagún, een stadje dat bekend staat om zijn vele kerken in Mudejar-stijl. De ene was nog mooier dan de andere. De opkomende zon hielp bij het schieten van mooie plaatjes.

IMG_1011.JPG

IMG_1004-0.JPG

IMG_1008-0.JPG

Helaas was in Sahagún nog alles dicht terwijl mijn voorraad proviand voor onderweg uitgeput was. Ik fietste daarom door naar het kleine Bercianos del Real Camino. Daar zat een kleine bar die werd uitgebaat door een Spaanse en haar Kroatische man. Ze vertelden dat ze elkaar op de camino hadden leren kennen en hem daarna nog twee keer hadden gelopen om te kijken waar ze het beste konden gaan zitten als ze op de camino zouden willen werken. Dat werd Bercianos. Ik vulde mijn maag met een geweldige bocadillo.

De Picos de Europa
De route na Sahagún ging langs bekend terrein. Min of meer dan. Waar gisteren de vlakte aan de horizon werd begrensd door nog meer van hitte trillende vlakte, fietste ik nu met aan de noordkant een prachtig uitzicht op de mooiste bergen die ik ken: de Picos de Europa. Vrijwel de hele weg torenden ze machtig boven de vlakte uit, terwijl ze zich toch zeker op honderd kilometer afstand moesten bevinden. Ik werd blij van het uitzicht.

IMG_1015.JPG

IMG_1019.JPG

Adobebouw
De aarde hier is, als hij omgeploegd en vochtig is, rood en zit vol met keien. Flinke afgeronde keien, een soort grof grind. In de dorpen die ik passeerde bouwen ze huizen van die grond. Op een houten raamwerk smeren ze die grond uit, vermengd met stro. Daarna wordt het gepleisterd. Dat ziet er van dichtbij zo uit.

IMG_1014.JPG

En een huis ziet er zo uit:

IMG_1013.JPG

Die adobebouw vraagt veel onderhoud omdat de regen het leem er zo uit spoelt. Jaarlijks moet het bijgesmeerd worden. Doe je dat niet dan gebeurt dit:

IMG_1017.JPG

IMG_0999.JPG

León
De laatste tien kilometer voor Leon waren niet geweldig om te fietsen. Langs drukke wegen, industriegebieden en toen een eindeloze speurtocht door de stad. Toen arriveerde ik in het centrum. Ik had niet gedacht dat het zo’n grote stad was. Het oogt veel groter dan Burgos terwijl Burgos veel groter is. Het was er enorm druk. Van de ene kant heel veel gezelligheid, overal groepjes mensen die met elkaar aten, dronken, praten. Van de andere kant veel teveel autoverkeer. Mijn huid was helemaal grijs van de uitlaatgassen toen ik de stad verliet.

Maar, het is een prachtige stad. Ik ben er niet heel lang geweest maar ik denk dat het zeker de moeite waard is om er eens een paar dagen te verblijven.

IMG_1025.JPG

IMG_1026.JPG

IMG_1023.JPG

IMG_1022.JPG

Na León moest ik nog even afzien. De laatste vijftien kilometer was een hele slechte weg, die net heel slordig was geasfalteerd. Overal losse kiezel, plakkerig asfalt en verraderlijke gaten in de weg. Maar uiteindelijk kwam ik veilig in Villar de Mazarife aan, waar een grappig Mudejar vestingkerkje staat.

IMG_1032.JPG

Een gedachte over “Dag 23 nog meer Campos en León”

  1. Leuk weer om te lezen, Bart. En wat gaat het snel. Jaren geleden zijn we ook in dit deel van Spanje geweest. Ik herken dus veel van dit deel van je route. Vooral die eindeloze vlaktes (met veel windmolens). Goede reis maar weer!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *