Dag 9

Augy sur Aubois – la Châtre

een onrustige nacht
Ik sliep niet goed de afgelopen nacht. Ik sliep in refuge ‘Nos repos’, had een prima bed, maar ik moest midden in de nacht tot twee keer toe naar de wc. Ik sliep wel, weliswaar onrustig, maar ik sliep. En in die slaap durfde ik niet op te staan uit angst dat ik de andere slapers op de zaal zou wekken. Ik odraaide en draaide om tenslotte in het pikkedonker de wc te zoeken. Na wat hoofdstoten lukte dat en vond ik ook mijn bed terug. Niet zonder eerst mijn schenen te hebben gestoten tegen een ander bed.

De tweede keer was ik wat wakkerder en bedacht dat ik een zaklampje bij me heb. Dat ging een stuk gemakkelijker. Daarna woelde ik verder, waarbij er vanalles door mijn hoofd spookte. Hoe laat zou ik kunnen vertrekken? Waar zou ik heen fietsen? Zou de bakker op tijd open zijn? Ineens vroeg ik me af waar ik in hemelsnaam was, ik had geen idee. Blijkbaar was ik toch ingeslapen.

Oncontroleerbare emoties
Het afscheid bij Nos repos was heel warm. René gaf alle pelgrims een gekookt ei als symbool van de wederopstanding. Een mooi gebaar. Na een stevige omhelzing ging ik weer op pad.

Ik heb wel eens gelezen – ik meen in het boekje ‘Ga toch fietsen!’ – dat je emoties veranderen als je veel sport. Volgens mij is dat nu bij mij het geval. De eerste kilometers van vandaag reed ik letterlijk met een brok in mijn keel. Terugdenkend aan de hartelijke ontvangst bij René en Hannie raakte ik ineens helemaal geëmotioneerd. De onbaatzuchtige gastvrijheid, de fijne gesprekken, het roerde me allemaal diep. De tranen stonden plots in mijn ogen. Waarom, waarom nu? Ik weet het niet.

Chemin de St. Jacques
De route ging door een mooi, groen gebied. Voor een stuk langs de loop van het Canal du Berry, dat ooit aangelegd werd om het gebied aantrekkelijker te maken voor handel en industrie. Dat is nooit gelukt.
Wat opviel was dat in vrijwel elk dorp, hoe klein ook, een goed onderhouden Romaanse kerk stond. Prachtige kerkjes uit de elfde en twaalfde eeuw sober maar puntgaaf.

IMG_0491.JPG

Verder is te zien dat de Chemin de St. Jacques een steeds prominentere plaats krijgt hier. In veel dorpjes wordt er met geel-blauwe borden de aandacht op gevestigd.

IMG_0495-0.JPG

Na verloop van tijd kwam ik drie flink bepakte fietsers tegen. Dat was een tijd geleden. Het waren drie Duitse jongens van een jaar of vijfentwintig. Ze waren onderweg vanaf Mönchengladbach en volgde een deel van de camino, om vervolgens een bocht te maken naar Bordeaux. Van daar zouden ze met de trein naar huis gaan. Nu stonden ze daar, langs de kant van de weg, met panne. Eén van hen, een hele forse om niet te zeggen dikke jongen, had een behoorlijk dikke bobbel in zijn fietsband. Ze waren bang dat dat mis zou gaan, wat ik goed kon begrijpen. Maar een oplossing hadden ze niet. Ik keek even met hen mee, maar zag ook geen mogelijkheid om iets voor hen te betekenen. Wel kon ik in mijn routeboekje opzoeken waar een fietsenmaker zat: in La Châtre. Dan zouden ze daar vandaag heen fietsen. Het was ook mijn doel voor vandaag.

Ik wilde in La Châtre bij de pastorie gaan overnachten, daar zou volgens René tegenwoordig een refuge zitten. Maar helaas, deed er niemand open. Op weg naar het Office de Tourisme kwam ik de Duitse jongens weer tegen. Ze hadden de fietsenmaker nog niet gevonden, maar hadden wel opnieuw pech. Bij dezelfde jongen was nu de ketting ervan af gelopen en die zat nu muurvast tussen tandwiel en as. Ik beloofde hen dat als ik een slaapplek had gevonden, hen zou komen vertellen waar, zodat zij daar ook heen konden.

Bij het Office de Tourisme belden ze de pastoor voor me, maar die nam niet op. Hij was waarschijnlijk met vakantie. Ik werd verwezen naar een chambre d’hotes, beneden aan de rivier. Ik meldde het de Duitsers en ging er heen. Het was een prachtig plekje aan de rand van de rivier. De gastvrouw was volgens mij het enfant terrible van de stad, alternatiever en wilder dan al haar buren, maar toen ik aankwam stonden alle oudjes bij haar op de stoep en werden door haar vermaakt met allerlei verhalen.
Ik at en sliep er heerlijk en liep nog wat rond door het mooi stadje.

IMG_0503.JPG

IMG_0506.JPG

Dag 8 een rustige dag

Dag 8 Prémery – Augy-surAubois (78 km)

Een soort rustdag
Vandaag was het heerlijk. Na een fantastische nachtrust (ik sliep uit tot 7.15 u) en een stevig ontbijt bij pension Les 4 Saisons ging ik op weg. Ik had me voorgenomen om er eens een soort rustdag van te maken. Lekker rustig een stukje fietsen, wat rondkijken en vroeg stoppen. En zo ging het ook, met dien verstande dat ik zo lekker fietste dat ik uiteindelijk toch nog een flinke afstand had afgelegd.

Nevers
Mijn weg leidde allereerst richting Nevers. Door een prachtig glooiend landschap. Stilte valt niet te fotograferen, maar het was er dood en doodstil. Alleen ruisende bladeren en af en toe een tjilpende vogel. Geweldig. Nevers kende ik al omdat ik er een paar jaar geleden voor een project een paar interviews moest doen. Ik vond het destijds drie keer niks. Ik sliep toen in een hotel dat nog het meest leek op een voormalige sweat shop of erger, een bordeel. Er was toen niets te doen. Maar nu fietste ik de stad binnen van een heel andere kant en het zag er best leuk uit. Het zonnetje scheen, er waren mensen op straat en er was van alles te zien. Ik nam er een ruime pauze, ik lunchte lekker en keek wat rond. De kathedraal is erg mooi, maar het wemelde er van de groepen toeristen met gids, die de rust verstoorden. Nevers is ook het eindpunt van deel 1 (van 3) van mijn route. Ik stuurde het eerste routeboekje ritueel met de post naar huis.

IMG_0452.JPG

IMG_0460.JPG

Langs mooie wateren
Na Nevers ging de weg langs het Canal Lateral dat de Loire en de Allier met elkaar verbindt. Op enig moment ging het kanaal over de Allier heen, een mooi gezicht.

IMG_0466.JPG

Daarna langs de Allier, één van de meest natuurlijke rivieren van eest-Europa. De mens heeft daar nooit op ingegrepen. Ik reed een heel eind op met een wielrenner. Hij was net genezen van een longontsteking en ging een rondje van 80 km fietsen. Het was een lekker vlak stuk, dus samen maakten we een mooi vaartje en kletsten tot we in het prachtige Apremont aankwamen. Ik wilde daar even rondkijken, hij reed terug richting Nevers.

IMG_0468.JPG

Vervolgens koerste ik lekker door naar Augy, via een paar mooie plaatsjes. In Augy zit ik nu voor het eerst in een pelgrimsrefuge. Ik werd hartelijk ontvangen door René, eerst in het Frans, toen in het Nederlands en uiteindelijk in het Limburgs dialect. René komt oorspronkelijk uit Nieuwenhagen en heeft een paar jaar geleden deze refuge gekocht. Het is hier geweldig!

Dag 7: afzien

Maily-le-chateau – Prémery

Nat
Woord van de dag: nat. Het begon vannacht om 24.00 u te regenen. Met vlagen zo hard dat ik in mijn slaap bang was dat mijn kleine tentje zou gaan lekken. Ik voelde af en toe een heel klein druppeltje op mijn gezicht, maar dat kan ook een droom of condens zijn geweest. ‘S ochtends was in elk geval alles dat in de tent lag nog droog. Wel was alles klam. Dit keer alles in één keer goed ingepakt en met goede moed op weg. Het leek namelijk gestopt te zijn met regenen. Maar ik was de camping nog niet af of het begon alweer. Gelukkig heb ik een nieuw regenjasje gekocht en dat doet het prima. De regen kon me niet deren, ik fietste lekker, flink bergop naar Vezelay.

Vézelay
Vezelay is dé pelgrimsplaats van Frankrijk omdat daar in de middeleeuwen meerdere pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela bij elkaar kwamen. Je kon er ook een vervangende aflaat krijgen. Als je dan onderweg bezweek, ging je toch goed naar de hemel ondanks dat je Santiago niet had bereikt. Vezelay is een mooie plaats. Ik had er massa’s pelgrims en toeristen verwacht, maar dat viel mee (of tegen, afhankelijk van hoe je het bekijkt). Ik kwam drie andere pelgrims tegen met wie ik een kort praatje maakte en een handvol toeristen. De rest liet zich blijkbaar afschrikken door het hondenweer. Want dat was het. Af en toe kwam een veelbelovend zonnetje achter de wolken uit en dan was het meteen warm. Regenjas uit, maar twee minuten later hoosde het alweer.

IMG_0428.JPG

IMG_0434.JPG

Regen en wind
Na een uitgebreide stop in Vezelay besloot ik toch maar weer de regen te gaan trotseren. En toen werd het zwaar. De zwaarste dag tot nu toe. De route ging flink omhoog, maar dat is niet zo’n probleem, ware het niet dat continu de wind vol van voren kwam. Bij korte stukjes bergaf moest ik keihard trappen om vooruit te komen. De combinatie van regen en wind maakte dat ik vrijwel niets zag van de omgeving. Die was ofwel verscholen achter dikken pakken wolken, of achter de regenspatten op mijn bril. Ik moet er uiteindelijk hebben uitgezien als een verzopen kat, want toen ik even ergens stopte kwam er een vrouw op me af die bezorgd vroeg of het wel goed met me ging. Ik stelde haar gerust door te zeggen dat ik alleen maar moe was van het fietsen en dat ik even ergens wat zou gaan drinken.

Het was natuurlijk niet alleen maar malheur. Vezelay vond ik geweldig. Behalve dat het een mooie plek is, krijg je er extra energie voor de rest van de route. Alles ademt er pelgrimsschap. Verder zag ik in St. Pré een bijzondere kerk: gotisch met Arabische invloeden. En, toen het even droog was en mijn brillenglazen drooggewreven kreeg ik nog de kans om een stukje mooi landschap te zien.

IMG_0444.JPG

IMG_0445.JPG

Prémery
Maar goed, zoals gezegd, de tocht viel me zwaar. Uiteindelijk kwam ik in Boulon aan waar ik in een Gites d’etappe wilde overnachten. Het zag er daar prachtig uit en inmiddels was de regen opgehouden. Helaas zaten ze vol. Dat betekende dat ik nog 7 km verderop moest gaan, naar Premery. Gelukkig was dat stukje fietsen niet zo lastig. Via een aardige mevrouw bij het Syndicate d’Initiative vond ik een leuke kamer. Ik zit nu boven een restaurantje, waar ik ook heerlijk gegeten heb. Het is een plek waar veel Santiagogangers overnachten maar vandaag ben ik de enige.

Na het eten liep ik nog een rondje door het stadje. Het is er mooi, maar wat voor mij het meest in het oog sprong is de oude houtskoolfabriek. Daar hou ik nou van, van die oude, half vergane industriële installaties die stilletjes staan weg te roesten. Net als deze fabriek, zien ze er vaak zo complex uit dat ik me afvraag of iemand snapt waar alle buizen, kleppen, trapjes en afsluiters voor dienden. Kortom, prachtig erfgoed. Vooral laten staan (hadden we dat ook maar met de Limburgse mijnen gedaan).

IMG_0477.JPG

IMG_0473.JPG

Dag 6 Rosieres – Mailly-le-Chateau (125 km)

Een moeizame start
Vanochtend viel het allemaal niet mee, ik vond mezelf erg zielig. Het begon met moeizaam opstaan. Het bed in de jeugdherberg lag goed, waardoor het opstaan moeilijker was. Vervolgens kreeg ik één van mijn tassen niet dicht. Ik had hem wat anders ingepakt ( denkend dat dat handiger was) en nu ging die niet dicht. Na wat duwen en schuiven lukte het en kon ik vertrekken. Toen ik mijn hele hebben en houden op de fiets geladen had, bedacht ik dat ik de sleutel van de kamer niet had ingeleverd en dat die nog boven op de kamer lag. Dju, kon ik weer terug. Maar uiteindelijk kon ik op weg. Dacht ik. Na vier kilometer begon het te regenen en naar de lucht te oordelen kon dat wel eens hard en lang gaan worden. Ik een bushokje in om mijn nieuwe regenjasje aan te trekken. Zoals ik al zei, ik had de tas anders ingepakt. Met als gevolg dat mijn regenkleren helemaal onderaan lagen. Foifoifoi. Alles eruit! Dat gaf me wel de gelegenheid om de tas weer goed in te pakken.

Weer terug op de fiets – met regenjas, -broek en -sloffen aan – stopte de regen onmiddelijk. Na twee kilometer zag het er naar uit dat die regen echt weg zou blijven, dus de regenbroek ging weer in de – nu goed ingepakte – tas. De regenjas hielp goed tegen de vrij harde wind, dus die liet ik lekker aan. Vervolgens ploeterde ik door. Het viel zwaar, het leek alsof ik nauwelijks vooruit kwam. Ik reed ook nog een omweggetje naar een bakker om wat proviand in te slaan. Wat denk je? Op maandag gesloten. De moed zat inmiddels ergens onder mijn voetzolen en ik had pas twintig kilometer gefietst. Nee, geploeterd en gezwoegd. Ik moest aan het gemak van de voorbije dagen denken en aan Ella (de spinningjuf) die altijd zegt “volle rondjes met die benen”. Ook dacht ik aan het Belgische echtpaar van een paar dagen geleden, die zeiden: “geniet vooral”.

Genieten
Die gedachten maakten dat de knop om ging. Vanaf de gesloten bakker ging het flink bergop en ik ging er eens op mijn gemak voor zitten. Nu moeten jullie weten dat ik in tegenstelling tot velen, bergop fietsen leuk vind. Lichtvoetig trapte ik naar boven (met volle rondjes). Ineens genoot ik weer. Van het fietsen, van de omgeving. In elk dorp kwam ik de meest fantastische vakwerkhuisjes tegen.

IMG_0399.JPG

L’horreur moderne
In het mooie maar wat verlaten stadje Ervy-le-Chatel dronk een koffie en kocht de noodzakelijke proviand.

IMG_0405.JPG

IMG_0406.JPG

En een tijd later stopte ik in Ligny-le-Châtel bij de indrukwekkende kerk. Voor het kerkportaal stonden drie oudere dames druk te gesticuleren. Eén van hen probeerde tevergeefs iemand te bellen en ze verheften hun stemmen dermate dat het leek alsof ze binnen een ogenblik slaande ruzie zouden krijgen. Er kwam nog een man bij, die uiteindelijk met de staart tussen de benen vertrok. De tevergeefs bellende vrouw droop ook af. Van een afstandje bekeek ik het tafereel. Ik verstond maar flarden van wat ze zeiden. Ik concludeerde dat ze voorbereidingen aan het treffen waren voor een bruiloft of zo, maar dat dat niet naar wens verliep.

Toen ik de kerk in liep kwam echter de echte aap uit de mouw: vandalen hadden toegeslagen in het slaperige dorpje. Met tranen in de ogen vertelden de twee overgebleven vrouwen, die bij de reception in de kerk zaten, dat de antieke wasplaats tegenover de kerk normaal gezien was versierd met de prachtigste bloemen. Er werd een foto bij gezocht om het bewijs te leveren en inderdaad: het zag er prachtig uit,anders dan nu. Hoewel de wasplaats nog steeds mooi was. De vandalen hadden alle bloempotten losgerukt en in het water gegooid. In de afgelopen nacht! L’horreur moderne, werd mij duidelijk gemaakt. We kletsten verder nog wat over de kerk en de omgeving en ik kreeg een mooi stempeltje van ze in mijn pelgrimspaspoort. Daarna liet ik hen achter met hun horreur.

IMG_0410.JPG

IMG_0411.JPG

Auxerre
Het volgende stuk leidde naar Auxerre. Weer flink klimmen, kilometers lang met als beloning een lange afdaling met een fantastisch uitzicht op deze Bourgondische stad. In Auxerre nam ik de tijd om op mijn gemak rond te kijken en stevig te lunchen. Het is een mooie stad, al vind ik dat het vele autoverkeer in de smalle straatjes afbreuk doet aan die schoonheid. Na een uitgebreide pauze begon ik aan het laatste stuk voor vandaag.

IMG_0421.JPG

Canal de Nivernais
Dat laatste stuk leidde over jaagpaden van het Canal de Nivernais. Geweldig. Het fietste heerlijk, de omgeving was er prachtig en ik kwam continu fietsers, wandelaars en mensen op bootjes tegen. Echt leuk. Toen ik met een flinke vaart mijn plek van bestemming had bereikt kon ik alleen de camping niet vinden. Ik dacht op de kaart te zien dat ik langs het kanaal moest blijven fietsen en dan ergens oversteken. Ik fietste dus vrolijk door en zag inderdaad de camping aan de overkant van het water liggen. Alleen, de eerstvolgende brug bleek behoorlijk wat kilometers verderop te liggen. Een mooie route, maar met 115 km in de benen was het net wat te ver.want na het oversteken moest ik ook weer een heel stuk terugfietsen.

Uiteindelijk kwam alles goed en sta ik op een piepklein campinkje met heel weinig mensen. En het is hier heerlijk. Behalve het weer, want sinds het eind van de middag motregent het aan één stuk.

Dag 5 door de leegte

Châlon-en-Champagne – Rosieres (104 km)

Op de camping werd ik omringd door Engelse stelletjes, die heel veel lawaai maakten. De hele nacht door. Desondanks stond ik weer vroeg op en zag een volledig wolkenloze hemel. Het was wel koud. Na een ontbijtje ging ik weg en kreeg na een kilometer of tien gezelschap van een wielrenner. Een wat oudere man, die zijn zondagse ritje maakte. We fietsen een uurtje samen op en kletsten wat. Hij zou over vier weken met vrienden van Barcelona naar Santiago gaan fietsen. Het lijkt wel of iedereen dat tegenwoordig doet! Het was aangenaam om weer eens wat langer met iemand te praten, in tegenstelling tot gisteren toen mijn conversaties beperkt bleven tot het bestellen van eten.

De route vandaag was vrij vlak en met de hele dag het zonnetje op mijn kop, was het heerlijk. Ik voel wel mijn spieren inmiddels. Niet alleen in mijn benen, ook in mijn armen. Fietsen met een tas aan het stuur is toch weer anders. Het landschap was nog leger dan gisteren en de weg slingerde door kleine boerendorpjes waar geen mens op straat was.

IMG_0379.JPG

Wel een hoop mooie kerkjes natuurlijk, zoals in Lettrée, waar Jeanne d’Arc nog gebeden heeft in 1429.

IMG_0373.JPG

IMG_0371.JPG

In St. Nabord was het uit met de stilte. Het was er Jour de Fête vanwege de naamdag van de patroonheilige (van wie ik nooit eerder gehoord had, zoals van zoveel Franse heiligen). Er was een kermis, een rommelmarkt en een soort kunstmarkt. Tot ver buiten het dorp stonden auto’s geparkeerd en het leek alsof al die andere dorpen die ik gepasseerd was leeggestroomd waren om hier te komen feesten. Behalve dat gefeest was er ook een fantastische ouderwetse bakker, waar ze koffie schonken. Daar maakte ik natuurlijk meteen gebruik van. Ik ging met mijn koffie en croissant op een trapje zitten en bekeek al die mensen eens op mijn gemak. Na een tijdje werd de dreunende muziek van de botsauto’s me echter teveel en zocht ik weer de rust op van mijn fiets.

Ik liet het feestgedruis even bezinken. De vraag kwam ineens op waarom ik aan dit avontuur begonnen ben. Ik heb het thuis toch goed? En waarom zou ik zo’n fysieke inspanning leveren, daar zijn mensen helemaal niet voor gemaakt? Een voorlopig antwoord dat ik bedacht is dat ik het misschien nodig heb om mijn vertrouwde omgeving even los te laten om tot mezelf te komen. Paradoxaal eigenlijk, want die vertrouwde omgeving is ook een deel van mijzelf.

Oorspronkelijk wilde ik in Troyes gaan kamperen, maar onderweg had ik besloten om maar eens naar een herberg te gaan en dan iets verder dan Troyes. In die schitterende stad maakte ik wel een royale tussenstop. Wat een ongelooflijke schoonheid. Ik liep van de ene verwondering in de andere en vroeg me af waarom ik hier nooit eerder ben geweest. Bij de kathedraal kreeg ik ook nog een mooi stempeltje in mijn pelgrimspaspoort.

IMG_0383.JPG

IMG_0392.JPG

IMG_0387.JPG

Na twee uur sight seeing stapte ik weer op de fiets en reed naar Rosieres. Dat was een erg vervelend stukje, door de stad, langs vele stoplichten en rotondes en het kostte me moeite om de jeugdherberg te vinden. Maar ik zit er nu en het is hier aangenaam. Het is een oud klooster in een prachtig groene omgeving.

Dag 4 Champagne

Varennes en Argonne – Châlon en Champagne (23 augustus)

Mijn notitieboekje heeft de regen niet goed doorstaan. Van verschillende verhalen rest nu niet meer dan een blauwe vlek.

Vanochtend om vijf uur werd ik wakker door hanengekraai. Het eerste dat ik dacht was Jösesmaria, waar ben ik aan begonnen? Ik miste mijn lief en de kinderen, heel intens. Onderweg heb ik me afgevraagd waarom eigenlijk. Is het gewoonte? De gezelligheid? Ik kwam tot de volgende (voorlopige) conclusie: ik miste de gezellige drukte van thuis, de aanspraak, de gesprekken. Ik miste het warme bed dat we met zijn tweeën delen. Ik miste het om te zorgen en te helpen en ik miste het om reacties te krijgen op de dingen die ik doe. Is dat gewoonte? Soit.

Vanochtend zat ik om 7.15 uur op de fiets. Het zou beginnen met een klim van 3 à 4 kilometer, daar zag ik tegenop. Maar, de ene klim is de andere niet, dus ik was zo boven. Eerst voerde de weg door dichte bossen. Af en toe scheen de zon door de takken. Gelukkig, want ’s nachts had het geregend. De bossen waren mooi en indrukwekkend. Behalve dat het mooie, groene bossen waren verborgen ze nog vele overblijfselen van WO I. Er lagen nog loopgraven, her en der tussen de bomen stond een stukgeschoten muurtje en om de zoveel kilometer passeerde ik een klein monumentje of een begraafplaats. Na de bossen volgden weilanden en ook daar was die oorlog van honderd jaar geleden nog te zien. Ik las ergens dat de loopgravenoorlog het landschap heeft veranderd. Hier kun je dat zien: waar koeien lopen te grazen wordt het weiland op plaatsen doorsneden door onnatuurlijke greppels en kraters. Op sommige plekken zie je donkere, brede banen die zich een weg slingeren door het grasveld. Op oude loopgraven lijkt het gras anders te groeien.

Het zonnetje waar ik het over had was inmiddels verdwenen. Donkere wolken pakten zich samen boven mijn hoofd en de eerste regendruppels op mijn rit dwongen me om regenkleren aan te trekken. Ik had ze nog niet aan, of het barstte los. Ik fietste zo’n 20 kilometer door de regen, waarna ik behoefte had aan wat rust. In het uitgestorven Somme-Bionne stond gelukkig een abri waar ik droog kon zitten. Daar bleek dat mijn tegenjasje die naam helemaal niet waard was. Mijn T-shirt was volledig doorweekt. Ik trok droge kleren aan en besloot op het einde van de bui te wachten. Na een half uur vielen er nog maar een paar druppels en besloot ik weer op weg te gaan.

Het landschap dat ik doorkruiste is in één woord te vangen: leeg. Ik hou daar wel van. Prachtige velden, lege horizon. In de velden die ik passeerde hebben de Romeinen, Galliërs en Visigothen tezamen Atilla de Hun verslagen en terug naar het oosten gejaagd. Ik kon me in dit gebied zo’n ouderwetse veldslag goed voorstellen. Uiteraard passeerde ik nog menige kerk, met als hoogtepunt de Basilique Notre-Dame de l’Epine. In een dorp van 700 mensen staat een gotische kerk die anderhalf keer zo groot is als de Meerssense basiliek. Ik genoot van de stilte van de kerk en stond in alle rust stil bij de vele dingen waar je bij stil kunt staan.

De rit was vandaag wat korter, zodat ik rond lunchtijd in Châlons was. Ik at een heerlijk streekgerecht: gepofte aardappels gevuld met gerookte en gebakken zalm. Super! Daarna naar de camping en de Decathlon om een nieuwe regenjas te kopen. En naar de Brico, voor een rol Ducttape. Daarmee kon ik mijn gespleten tentpaal repareren. Aan het eind van de middag doorkruiste ik het prachtige Châlons en nu ga ik eens wat eten.

Dag 3 nog wat aantekeningen

Een dingetje dat ik gisteren vergat te vermelden is dat in een tentje vlak bij het mijne (op de camping in Florentville) twee wandelaars zaten. Één van hen was vorig jaar naar Santiago gewandeld. Hij was er erg van nder de indruk: hij vertelde me hele verhalen – in het Frans, op volle snelheid. Ik kon hem redelijk volgen, maar ik verstond echt niet alles. Ineens zei hij ( ik had nog niet veel gezegd) dat ik goed Frans sprak. Ha.

Toen ik vanmiddag in Romagne lunchte, was de uitbaatster van het eethuisje net asbakken op tafel aan het zetten. Ze zei tegen me dat ik vast niet zou roken omdat ik zo sportief was. Toen ze hoorde dat ik naar Santiago ging fietsen, draaide ze de asbak op mijn tafel om: een schelp.

IMG_0334.JPG

In de namiddag ging ik naar het dorp (Varennes). Ik heb alles geleerd over de gevangenneming van Louis XVI, ik heb een gigantisch monument voor de Amerikaanse gevallenen van WO I gezien en het streekmuseum bezocht. Daar ging het ook voor het grootste deel over WOI. De wrede geschiedenis werd er levendig in beeld gebracht met foto’s uit die tijd,maquettes en gedetailleerde verhalen over individuele soldaten met een naam. Het was zo levendig dat ik er helemaal naar van werd. Wat een idioten zijn mensen.

De camping waar ik zit is leuk. Een hele kleine camping municipal, met veel vaste gasten. Nederlanders vooral, met schotelantennes, hondjes, kooktenten enzovoorts. Schattig.

Tenslotte: ik kreeg vandaag pijn in mijn rug, in mijn linkerschouder vooral. Ik hoop dat ik het weg krijg met oefeningen, want het voelt niet fijn.