Pelgrims en dorpelingen

Gistermiddag eindigde ik in Portomarin, een bijzonder plaatsje (zie dag 25). ’s Avonds zat ik lekker te relaxen op het pleintje in het dorp. Ik zat op een perfecte plek en kon iedereen die door het dorp liep goed bekijken. Vanaf Portomarin is het net iets meer dan 100 km naar Santiago. En die laatste 100 km, die zijn belangrijk voor veel mensen. Als je die loopt, krijg je een Compostela. Veel pelgrims beginnen dus pas in Portomarin. Maar goed, ik zat daar dus en zag pelgrims en ik zag mensen uit het dorp.

pelgrims

IMG_1116-0.JPG

IMG_1112-0.JPG

IMG_1117-1.JPG

dorpelingen

IMG_1114.JPG

IMG_1115.JPG

IMG_1104.JPG

Pelota

Volksport nummer 1 in Baskenland is Pelota. Het lijkt een beetje op het Friese kaatsen, maar wordt tegen een muur gespeeld. Zowel in Frans als Spaans Baskenland kom ik in de kleinste dorpen een pelotaveld tegen: een groene muur, met belijning er voor. Op die muren staat telkens de plaatsnaam en het jaartal dat de muur gebouwd is. De oudste die ik zag was uit 1922.

IMG_0787.JPG

The Office

Wie wel eens de Britse serie The Office heeft gezien, kent misschien de aflevering waarin de nieuwe collega’s kennis maken met David Brent. Om te laten zien wat een toffe peer hij is neemt hij ze mee naar de plaatselijke pub, alwaar zich tenenkrommende situaties voordoen. Kern van het verhaal is dat niemand hier zin in heeft, behalve de baas.

Een soortgelijke scene voltrok zich naast me toen ik in Cahors zat te lunchen (zie dag 13). Er kwamen zeven mensen aangelopen, die een lange tafel wilden hebben om te lunchen. Eén van hen overduidelijk de leiding; een man van een jaar of veertig, flink gebruikt, gesoigneerde stoppelbaard, strak in het pak, stropdasje om. De rest van de groep was wat kleurloos. Voordat de ober goed en wel een plekje aan ze had toegewezen was de leider al met tafels aan het schuiven en gebaarde hoe zijn collega’s – want dat waren het – hem konden helpen. Uiteindelijk zat iedereen, met een kaart voor zijn neus. Op dat moment schoof collega nummer acht aan. Hij keek een beetje bangig rond en kon tot zijn zichtbare opluchting op een plaatsje helemaal op de hoek van de tafel gaan zitten. Op maximale afstand van de leider.

Iedereen aan de tafel keek een beetje verveeld of afwezig om zich heen. Behalve één: de leider. Die praatte, praatte en praatte. Tegen niemand in het bijzonder, maar zijn mond stond niet stil. Breed gebarend met zijn armen vertelde hij hele verhalen. De vrouw links van hem glimlachte uit beleefdheid af en toe eens wat ongemakkelijk. De jongere man tegenover hem zag ik geregeld met zijn hoofd knikken. De rest van de disgenoten keken of er nog ergens vogeltjes zaten, of hun nagels wel goed schoon waren of maakten een nauwkeurige studie van het dessin van het tafellaken. De leider liet zich daar niet door weerhouden – als hij het al in de gaten had. Hij vertelde het ene verhaal na het andere en had zelf de grootse lol. Ik zag de jongere collega nu ook af en toe lag, althans, ik bezag hem op zijn rug en af en toe schokten zijn schouders. Maar aan de andere kant van de tafel waren inmiddels smartphones verschenen in de handen van de collega’s. Ze begonnen zich ongegeneerd terug te trekken op facebook of wat dan ook. Behalve de leider kauwde iedereen in stilte zijn eten weg en toen het op was, sprongen ze één voor één op en excuseerden zich. De leider en de jongere collega bleven als laatsten over, met de rekening. De leider breed grijnzend – hij leek een geweldige tijd te hebben gehad – de jongere collega kijkend als een geslagen hond.

Een Chrisme. Een wat? Een Chrisme

In Biran (dag 16) kwam ik wat interessants tegen: een Chrisme. Ik had het nooit eerder gezien. Het is een cirkel waarin een X en een P te zien zijn, die in de Griekse spelling de eerste twee letters van het woord Christus vormen (XPISTOS). Verder zijn er een A en een O in te zien (alpha en omega), die verwijzen naar het begin en het einde (de apocalyps).

IMG_0680.JPG

Lijf en leden

Voordat ik wegging waren er mensen – ik noem geen namen- die mij (te) mager vonden. De enige redelij objectieve maatstaf darvoor is de bmi en die zat bij mij wel goed, zij het dat ik naar de ondergrens neigde. Tijdens mijn tocht eet ik daarom goed en veel, meer dan ik geneigd ben te doen. Ik verbruik ook nogal wat energie op een dag. Nu zag ik mezelf eergisteren voor het eerst sinds lang in een spiegel. Ik moest constateren dat het nu toch echt zo is: ik ben mager geworden. Althans rond mijn borstkas. Mijn benen lijken inmiddels 20% dikker, maar dat kan ook illusie zijn. Ze voelen in elk geval wel zo: als ik in bed lig voelt het soms alsof ik alleen uit benen besta.

Ik voel me gezonder dan ooit. Ik zat al een half jaar te klooien met gluten- en lactosevrij dieet. Nou kom daar maar eens om in het hart van Frankrijk, waar ze al blij zijn als ze überhaupt een winkeltje hebben. Maar wonder boven wonder, mijn darm- en huidklachten blijven uit.

Het enige dat me af en toe parten speelt zijn mijn rug en schouders. Dagen achter elkaar op een racefiets doet wel iets met de spieren in je rug. Door elke dag meerdere keren te rekken en oefeningen te doen blijft het te doen, maar het is wel duidelijk mijn zwakke plek.