Dag 27 Santiago de Compostela

Een dagje stad
Best vermoeiend om na een maand voorovergebogen op een racefiets ineens een dag lang rechtop door een stad te moeten lopen. Ik kreeg in het hotel een stevig ontbijt voorgeschoteld en bracht daarna mijn fiets naar de pakketdienst. Spannend om mijn trouwe Bianchi en Extrahweel, die mij in de afgelopen weken zo’n trouwe diensten hebben bewezen achter te laten bij volstrekte vreemden. Maar ik zal er maar op vertrouwen dat het goed komt.
Daarna liep ik door de prachtige stad, door parken, steegjes, langs fantastische markthallen en over pleinen.

IMG_1158.JPG

IMG_1178-0.JPG

IMG_1184.JPG

Maar na anderhalf uur miste ik het fietsen. De wind langs mijn oren, de rust om me heen. Echt, Santiago is ongelooflijk mooi, maar de omschakeling van totale vrijheid en dag in dag uit leven in de buitenlucht naar toerist zijn in een toeristische stad is groot. Erg groot.

In de loop van de ochtend ging ik dan toch naar de St. Franciscuskerk en ontving de bijzondere Compostela (zie dag 26).

IMG_1219.JPG

Daarna ging ik bij de kathedraal op een pleintje zitten om mensen te kijken. Dat was leuk, ik maakte een hoop foto’s (zie Een ochtend in Santiago de Compostela). ’s Middags at ik lekkere tapas en struinde nog wat straten en pleinen af.

Het is klaar
Mijn gevoel zegt me dat het klaar is. Zoals ik vooraf wel vermoedde was de reis het belangrijkste. Daar kwamen de inzichten, de rust, de gedachten, de emoties. De bestemming is leuk, maar werpt me tegelijkertijd weer terug naar waar het allemaal begon: in de dagelijkse maalstroom. Morgen reis ik naar huis. Daar zie ik nu echt naar uit, toen ik nog op de fiets zat was dat veel minder. Dan dacht ik met plezier aan thuis, maar was het het moment zelf dat er het meest toe deed, waar ik van genoot. Hier, in de stad, denk ik ondanks alle vertier dat geboden wordt elke keer weer: wat moet ik nu weer eens gaan doen? In de afgelopen maand moest ik helemaal niks en eigenlijk is dat nu nog steeds zo. Maar de stad maakt dat het voelt alsof ik iets moet.

Dag 25 mooi maar zwaar

Ontbijt in Villafranca
Opnieuw vertrok in het donker. In de albergue sliepen we weliswaar in tweepersoons kamertjes, maar het was allemaal zo gehorig dat, toen de buren het nodig vonden om om vijf uur op te staan voor vertrek, mijn kamergenoot en ik noodgedwongen ook maar opstonden. Op zich was dat niet zo erg, want ik wilde voor mijn ontbijt naar Villafranca fietsen, acht kilometer verderop. Waarom? Omdat in de buurt van de albergue niks te krijgen was en omdat Villafranca een hele belangrijke plaats is op de camino. Dat wilde ik natuurlijk zien. Tegen zeven uur kwam ik er aan en vond een gezellig cafeetje dat ontbijt serveerde. Na het ontbijt liep ik even wat rond. Villafranca is inderdaad een mooi stadje, maar zo vroeg is natuurlijk alles dicht. Ook de beroemde Santiagokerk uit 1186.

IMG_1089.JPG

Opnieuw de bergen in
Na Villafranca ging de weg langzaam omhoog en al snel werd het steiler. Vandaag stonden de bergen van Galicia op het programma. Ik maakte me wat zorgen, want ik had last van buikpijn en tijdens het stukje fietsen naar Villafranca voelden mijn benen aan als pap. Er waren veel fietsers op de weg, we vertrokken allemaal ongeveer tegelijk in Villafranca maar al snel werden er flinke gaten in de groep geslagen. Een racefiets blijkt toch elke keer weer beduidend sneller te zijn dan een mountainbike, ook al hangt er een bagagekar achter.
Ondanks de fysieke malheur ging het heerlijk bergop. Toen ik de eerste top (de Cebreiro) bereikte was de buikpijn vrijwel helemaal weg en ik werd er getrakteerd op een overweldigend uitzicht.

IMG_1091.JPG

IMG_1090.JPG

Bovenop de Cebreiro ligt een dorpje, O Cebreiro, waar je je in de middeleeuwen waant. Ware het niet dat het er wemelt van de toeristen. Het kerkje is uit de tiende eeuw en de huizen lijken er niet veel nieuwer.

IMG_1093.JPG

Na Cebreiro ging het een stuk bergaf, om vervolgens weer te stijgen naar de tweede top: de Alto San Roque. Bovenop de top staat een imposant pelgrimsbeeld.

IMG_1096.JPG

IMG_1094.JPG

Opnieuw ging het omlaag, nu wat verder, en volgde de derde top, die net wat hoger is: de Alto de Poio. Het was echt een prachtige rit, heerlijk bergop, schitterend uitzicht en daarna… Twaalf kilometer bergaf.

IMG_1098.JPG

IMG_1099.JPG

Mooie kerken en kapellen
Hoe verder je komt op de camino, hoe meer St. Jacobskerken je tegen komt. Onderaan de lange afdaling, in Tricastela, staat ergens achteraf een prachtig St. Jacobskerkje. Ik moest er echt naar zoeken, maar het was de moeite.

IMG_1101.JPG

IMG_1100.JPG

Tien kilometer verderop, in Samos, stuitte ik op misschien wel het oudste gebouw dat ik op deze tocht heb gezien (behalve wat Romeinse resten natuurlijk): een kapel uit de negende eeuw, gewijd aan El Salvador. De cypres naast de kapel schijnt ook al duizend jaar oud te zijn.

IMG_1102.JPG

De vermoeidheid slaat toe
Na Samos volgde een klim van ongeveer een kilometer, van 9%. Zo gemakkelijk als ik de drie hoge bergen over was gefietst, zo moeilijk ging het nu ineens. De pap in mijn benen keerde weer terug en ook mijn buikpijn was er weer. Ik worstelde naar boven en besloot om in Sarria te stoppen voor vandaag, ruim twintig kilometer eerder dan oorspronkelijk mijn bedoeling was. Maar ik voelde me echt niet lekker.

En toen reed ik Sarria binnen en werd alles weer anders. Wat een ongelooflijk lelijk stadje. Lintbebouwing in optima forma; één lange drukke winkelstraat, heel levendig dat wel, en parallel daaraan wat nietszeggende straten met huizen en obscure hoekjes zoals je ze alleen in zuid-Europa vindt. Ik fietste door het lint met het idee een leuk plekje in de stad te vinden en daar een herberg te zoeken. Maar dat leuke plekje vond ik niet en voordat ik het wist was ik door Sarria heen. Het stadje stootte me zo af dat ik het niet kon opbrengen om om te keren, nog eens door die straat te fietsen en daar de nacht door te brengen. Maar ik was wel nog steeds uitgeput.

Langs de camino heb je hier met enige regelmaat een soort schaduwrijke parkjes met een tafel en wat bankjes. Speciaal voor pelgrims. Ik hoopte voorbij Sarria zoiets te vinden en daar een uurtje rust te nemen en dan even verderop een slaapplek te zoeken. Maar helaas. Het enige wat ik vond was een droge berm naast de doorgaande weg, bezaaid met afval dat automobilisten uit het raam hadden gegooid. Zonder een greintje schaduw. Maar ik moest echt rusten, dus ging ik er toch maar zitten. Ik at en dronk goed en sloot even mijn ogen. Na twintig minuten besloot ik ondanks de vermoeidheid toch om rustig verder te fietsen, want het was er erg heet. Ik ging er van uit dat ik binnen enkele kilometers wel een slaapplekje zou vinden waar ik mijn rust kon nemen. Maar laat het stuk na Sarria nou net erg dun bezaaid zijn met albergues, in tegenstelling tot de rest van de camino. Het duurde tot in Portomarin, mijn oorspronkelijk beoogde bestemming, tot ik iets gevonden had. Op mijn tandvlees overmeesterde ik de steile klimmetjes tussen Sarria en Portomarin en toen ik daar een albergue binnen kwam, ging ik op bed liggen en viel prompt, ongedoucht, in slaap.

Portomarin
Na ruim een uur werd ik wakker, voelde me wat beter en liep het dorp in. Het is een heel bijzonder dorp. Het ligt bovenop een helling, maar daar lag het niet altijd. Vijftig jaar geleden lag het op de oever van de rivier in het dal, maar daar werd een stuwmeer gemaakt en dus werd het dorp verplaatst. Althans, de belangrijke historische gebouwen werden steen voor steen afgebroken en elders weer opgebouwd. De gewone huizen werden nieuw gebouwd in een strak, rechthoekig stratenplan. Het ziet er mooi uit en het is echt een gezellig plaatsje. De opvallende vierkante kerk is één van de gebouwen die men verplaatst heeft; op sommige stenen is de nummering voor de wederopbouw nog te zien.

IMG_1106.JPG

IMG_1110.JPG

Het stuwmeer, de plek waar het dorp vroeger lag, stond trouwens erg laag. Volgens mij is het Spaanse droogteprobleem hier wel redelijk serieus. Als je goed op de foto kijkt, zie je nog resten van de vroegere brug boven het water uitsteken.

IMG_1107.JPG

Dag 22 zon, wind en stof … en zon

Burgos – Calzadilla de la Cueza

Door de duisternis
Veel te vroeg was ik vandaag. Er waren een paar Duitsers die extreem vroeg uit het refugio vertrokken en daarbij nogal wat lawaai maakten. Ik dus ook klaarwakker. Op kousenvoeten pakte ik mijn spullen en nam een ontbijt. Toen vertrok ik. Maar het was nog hartstikke donker. Toen ik op mijn horloge keek bleek het pas half zeven te zijn. Om Burgos uit te komen was noet zo’n probleem, de straatlantaarns lichtten mij goed bij. Maar op het platteland was er echt een diepe duisternis. Het ging bergop, dat voelde ik aan mijn benen, maar mijn lampje scheen nog geen meter voor me uit. Gelukkig was het bijna volle maan, zodat ik nog een beetje licht had.

Eenzaamheid, hitte en stof
Na een tijdje kwam de zon toch gewoon op en bleek ik me weer op doodstille eenzame wegen te bevinden. Na een laatste heuveltje veranderde het landschap in één keer volledig. Eerst was het heuvelachtig en groen, nu werd het vlak en kurkdroog. Een groot deel van de weg leidde door de beruchte Tierra de Campos, een totaal geërodeerd landschap waar permanente droogte heerst. Zeker voor de wandelende pelgrim is het een uitputtingsslag. Ik moet zeggen dat ik me nadien ook wel behoorlijk doorbakken voelde en mijn keelgat voelde alsof ik een kilo stof had gegeten. Ondanks dat ik onderweg liters water had gedronken.

Drie kilometer voordat ik bij mijn einddoel voor vandaag kwam, passeerde ik een Koreaanse vrouw. Ze was helemaal uitgedroogd en oververhit. Ik liet haar een bidon water leegdrinken en toen ging het wel weer. Later zag ik haar veilig arriveren in de refugio.

Zo ziet het er daar uit op de Campos:

IMG_0960.JPG

IMG_0996.JPG

IMG_0993.JPG

IMG_0995.JPG

De weg was trouwens grotendeels grindweg vandaag. Een soort Parijs – Roubaix light.

Mooie dorpen
Hoewel de streek die ik doorkruiste vrij uitgestorven lijkt, passeerde ik geweldige dorpjes en stadjes. Het is allemaal wat armoedig, maar er staat ongelooflijk historisch en cultureel erfgoed. Bijvoorbeeld de ruïne van het klooster van St. Antón dat ik passeerde.

IMG_0964.JPG

De Tempeliersburcht van Castrojeriz:

IMG_0968.JPG

De middeleeuwse Pons Fitera:

IMG_0969.JPG

En in Boadilla del Camino de bijzondere zuil van de rechterlijke macht. Hier werd recht gesproken en veroordeelden werden bij de zuil tentoongesteld als deel van hun straf.

IMG_0970.JPG

Verder passeerde ik nog een hele reeks prachtige kerken, waarvan er twee extra opvielen. De volledig intacte Romaanse kerk San Martin in Frómista:

IMG_0976.JPG

IMG_0977.JPG

En de indrukwekkende Tempelierskerk in Villalcázar de Sirga:

IMG_0987.JPG

IMG_0984.JPG

IMG_0986.JPG


Duitse dames

Onderweg kwam ik trouwens nog twee Duitse dametjes tegen. Ze waren met een busreis. De groep werd elke dag ergens op de camino afgezet om zo’n tien kilometer te lopen. De twee dametjes waren te slecht ter been om mee te lopen, dus ze deden het hele stuk in de bus. Dat nam niet weg dat ze een foto van mij konden maken bij een eenzaam kruis op een Castiliaanse weg.

IMG_0962.JPG

Dag 21 relaxed dagje

Santo Domingo de las Calzadas – Burgos

De haan en de hen
Ik lag gisteravond net na half negen op bed. Van tevoren was ik uiteraard wel even de beroemde kathedraal van Santiago de las Calzadas gaan bezoeken, de kathedraal met de levende kip en haan.

IMG_0848.JPG

IMG_0857.JPG

Bij die kip en haan hoort een mooi verhaal. Ergens in de middeleeuwen waren er drie pelgrims, een vader en moeder en hun zoon. De dochter van de herbergier werd verliefd op de zoon, maar die zag dat niet zitten. Uit woede dat ze een blauwtje gelopen had, stopte het meisje een zilveren beker inde tas van de jongen en beschuldigde hem van diefstal. De straf voor diefstal was de galg en dus werd de jongeman gehangen. Vol verdriet liepen de vader en moeder door naar Santiago. Daarna keerden ze op hunschreden terig om het graf van hun zoon te bezoeken. Die hing echter nog levend aan de galg toen ze daar aankwamen. Hij had gebeden tot St. Jacob (of St. Domingo, dat weet ik niet meer zeker) en die had hem laten leven. Of zijn ouders zo vriendelijk wilden zijn om naar de burgemeester te gaan om te vragen of hij los gemaakt kon worden. Dat deden ze, maar de burgemeester zat net uitgebreid te tafelen. Op tafel stond een dampende schotel met gebraden haan en hen. Hij beluisterde het verhaal van de ouders en geloofde niets van hun verhaal. Hij zei dat die zoon van hun net zo dood was als die haan e hen voor hem op tafel. Prompt sprongen de kip en de haan op en liepen levend en wel over tafel. Om dat wonder te gedenken worden sindsdien – met officiële pauselijke goedkeuring – een levende kip en haan in de kerk gehouden.

De drukke Camino Frances
Maar goed, na een kort wandelingetje door de stad plofte ik op bed, las wat en viel in slaap. Ik lag bovenin een stapelbed. Mijn benedenbuurvrouw snurkte de hele nacht hartstochtelijk, maar ik was zo moe dat ik het wel hoorde, maar het deerde me niet. Om vijf uur ’s ochtends begonnen de eerste mensen al op te staan. Zelf bleef ik tot zes uur liggen. Hier op de Camino Frances zijn zoveel pelgrims, dat al die wandelaars elke dag opnieuw een sprint trekken om op tijd bij de volgende herberg te zijn. Daarvoor staan ze extreem vroeg op, lopen te snel of nemen te weinig pauze. Ik heb vandaag al drie mensen gesproken die zich zo hebben laten opjagen dat ze blessures hebben opgelopen. Lekker ontspannen! Op de fiets heb ik daar gelukkig geen last van. Mijn wegen leiden sowieso meestal een stukje van de wandelroute af, waardoor ik ook hier nog uren door absolute rust en eenzaamheid fiets. De route sluit wel aan op dezelfde refugio’s, maar tot nu toe heb ik altijd gewoon een plekje gekregen. En als dat niet zo zou zijn, ben je op de fiets natuurlijk snel een paar kilometer verderop. Ik weet wel dat als ik de camino zou gaan wandelen, ik zeker niet voor de Camino Frances zou kiezen.

De wereld ontwaakt
Al met al zat ik om zeven uur op mijn fietsje. Wederom in het donker. Dat heeft als grote voordeel dat ik de zon zie opkomen onderweg. Dat is schitterend. Vanochtend was er ook nog eens een volle maan, die ik langzaam maar zeker achter de horizon zag verdwijnen.

IMG_0887.JPG

IMG_0879.JPG

IMG_0881.JPG

Paprika’s en mijnen
Ik fietste over heerlijk verlaten wegen, door een mooi afwisselend landschap. Eén van de dorpen die ik passeerde was gespecialiseerd in paprika’s. Overal paprikavelden en verkopers van verse paprika’s. Één bedrijf echter verkocht paprika in conserven, je weet wel, van die gerookte paprika’s in pot. Die eet ik dus nooit meer. Terwijl ik er langs fietste dacht ik, wat ruik ik toch. Toen zag ik het, een enorme zwarte walm steeg op uit een schoorsteen en binnen (de poort stond open) laaide een groot benzinevuur waarboven de paprika’s aan een soort lopend bandje rondgingen. Het was daarbinnen werkelijk zo smerig – met overal roestige stangen, hoopjes ondefinieerbare viezigheid en het zwart walmende vuur – dat is hoe je je de hel zou kunnen voorstellen.

Na de paprika’s kwam ik door mijnbouwgebied. Ik reed langs allemaal ingangen van verlaten mijngangen die hoog boven de weg uittorenden. Wat voor soort mijnen, ik zou het niet weten maar een stukje verderop lagen moderne open mijnen voor de cementindustrie.

Belorado
Mijn koffiestop was in Belorado. Bij binnenkomst van het plaatsje vond ik het vreselijk lelijk. De hoofdweg waar ik overheen reed ging langs een onooglijk pleintje met een paar café’s. Het zag er niet erg aanlokkelijk uit, dus ik besloot over het pleintje een straatje in te fietsen en warempel: daar lag een heel mooi plein, met daarachter nog vele knusse straatjes.

IMG_0892.JPG

IMG_0895.JPG

In het dorp kwam ik diverse andere pelgrims tegen, waaronder een behoorlijk bejaard Duits stel op de fiets. Ze reden op van die hele degelijke fietsen met terugtraprem, zonder versnelling. Ik was onder de indruk. Ze vonden het ook wel erg zwaar allemaal, hetgeen niet verbazingwekkend is, gezien het feit dat hier in Spanje werkelijk geen kilometer vlak is. Ik dronk een kop koffie en toen ik het stadje verliet kwam ik de Duitse man weer tegen. Of ik zijn vrouw gezien had? Die was hij al fietsend door de smalle straatjes uit het oog verloren en nu was hij haar kwijt. Ik wilde gaan zoeken, maar dat hoefde niet. Hij zou daar wel blijven wachten, want ooit zou ze daar toch wel langskomen.

Na Belorado leidde de weg door een heel stil en mooi gebied. De voetgangersweg naar Santiago volgt de hoofdweg tussen Sto. Domingo en Burgos, maar mijn weg ging daar ver vanaf. Met als gevolg dat ik langs prachtige dorpjes kwam, waar je anders nooit zou komen.

IMG_0896.JPG

IMG_0897.JPG

Ik passeerde ook nog een boer / kunstenaar. De man was net het vee aan het voeren, maar zijn erf stond vol met kunstwerken die gemaakt waren van oude werktuigen en gereedschappen.

IMG_0898.JPG

Burgos
Het fietsen ging snel vandaag. Veel bergop, maar ruim voor de middag had ik er al meer dan driekwart op zitten. Ik besloot tot een uitgebreide stop in het mooie San Juan de Ortega. Het dorp bestaat uit een kerk, een herberg en een café. Een prachtige rustplaats. Ik vond dat niet alleen, want er zaten wel dertig pelgrims op het terras.

IMG_0901.JPG

IMG_0902.JPG

IMG_0903.JPG

Toen ik uitgerust was, was ik binnen een uurtje in Burgos. Daar moest ik in de rij om een slaapplekje te bemachtigen in de enorme pelgrimsherberg. Kort nadat ik binnen was, was het vol. Weer geluk gehad. Toen ik me aan het installeren was, viel het meisje dat boven me in het stapelbed slaapt bijna flauw. Ik gaf haar wat te eten, waarna ze weer bij kwam. Toen ik even later de stad in liep zat ze ergens op een terras. Ze bestelde een biertje voor me en we wisselden wat camino-ervaringen uit.

Maar wat is Burgos – de stad van El Cid – toch een fantastische stad. De kathedraal is ongeëvenaard. Ik liep er ruim anderhalf uur rond, probeerde foto’s te maken van de pracht en praal, maar dat is natuurlijk nooit op een foto te vangen. Daarom alleen een paar foto’s van dakramen.

IMG_0937.JPG

IMG_0930.JPG

IMG_0935.JPG

Na de kathedraal slenterde ik wat rond en nu zit ik op de passeo, waar de Spanjaarden flaneren, kijken en bekeken worden. Ik zat nog niet of een man op een bankje tegenover me begon spontaan een flamenco te zingen. Geweldig.

IMG_0945.JPG

Tenslotte, omdat ik klachten kreeg dat ik zelf nooit op de foto sta, bij dezen:

IMG_0839-0.JPG

Dag 18 de Pyreneeën

Oloron – Roncevalles

Oordoppen
In alle vroegte verliet ik het lelijke plaatsje Oloron. Na een ontbijt met Bernard (uit Brussel) – mijn kamergenoot – en een paar Franse dames, een hartelijk afscheid en een “buen camino!” ging ik op pad. Ik moest nog even goed wakker worden, want Bernard had vannacht menig boom doorgezaagd. Wat kon die snurken! Lang leve de oordoppen.

Panne
Ik verwachtte een pittig dagje, eindelijk de Pyreneeën in. Vandaag de Col d’Osquich, morgen de Puerta de Ibañeta. Maar eerst moest ik nog een vlak stukje door het dal. Door prachtig mooie dorpen, zoveel mooier dan Oloron. In één van die dorpen reed ik echter wat hard over een drempel, waarna ik een slag in mijn wiel had (dacht ik). In het beroemde pelgrimsplaatsje Hospital Ste. Blaise stopte ik even om te controleren wat er mis was, maar behalve een knik in het wiel zag ik niks raars. Het twaalfde eeuwse kerkje is overigens indrukwekkend.

IMG_0725.JPG

Ik fietste dus verder, een beetje bobbelend, en nam me voor om in St. Jean Pied de Port, mijn einddoel voor vandaag, een fietsenmaker op te zoeken. Ik had het nog niet besloten of mijn wiel liep tegen de remblokken aan. Nadere inspectie wees uit dat ik geen slag in mijn wiel had, maar dat de band uit de velg was gelopen. Had ik hem gisteren te hard opgepompt? Raar, want ik had er inmiddels wel al ruim vijftig km op gereden. Maar goed, ik speelde even voor bicycle repair man en kon mijn reis voortzetten.

De eerste echte col
De gevreesde Col d’Osquich bleek een eitje. Ik was boven voordat ik het in de gaten had en genoot van het schitterende uitzicht. Fietsen in de Pyreneeën betekent ook uitzicht op een fantastisch landschap.

IMG_0730.JPG

IMG_0726.JPG

Vlak voor de top vlogen vijf adelaars vlak over mijn hoofd. Snel griste ik mijn camera uit mijn tas en klikte op goed geluk. En waarempel, ik zie net dat ik er één op heb staan:

IMG_0729.JPG

Te vroeg op de eindbestemming
Daarna ging het lekker omlaag en een beetje vlak naar st. Jean Pied de Port. Ik arriveerde daar al om 12.15 u. Ik werd er nogal overvallen door de drukte. Volgens mij zat er een nest pelgrims én een nest toeristen. Het is een mooi plaatsje, dat wel, maar ik zag het niet zo zitten om daar de nacht door te brengen. Bovendien had ik nog de hele middag, de benen waren goed, dus ik besloot de Puerta de Ibañeta er maar meteen achteraan te doen.

En daar ben ik blij om. Wat mooi zijn de Pyreneeën. Langs klaterende beekjes, door bossen en in de volle zon langs grazige weilanden koerste ik naar boven. Mijn training op de Mont Ventoux en in de Dentelles de Montmirail wierp zijn vruchten af, want zonder een centje pijn fietste ik naar boven. Het was echt heerlijk.

IMG_0740.JPG

IMG_0746.JPG

IMG_0742.JPG

Ibañeta en Roncevalles
De Puerta de Ibañeta wordt ook wel Roelandspas genoemd omdat hier het leger van Karel de Grote in de rug werd aangevallen door de Moren, toen het zich uit Spanje terugtrok. Ridder Roeland (of Roland) had de leiding over de achterhoede en vond bij die aanval de dood. Boven op de pas staat een monument ter nagedachtenis van hem.

IMG_0743-0.JPGi

Ik overnacht in het klooster van Roncevalles. En niet allen. Hier zijn werkelijk honderden pelgrims van alle nationaliteiten. De Amerikanen zijn het meest dominant aanwezig. Ze praten net iets harder dan de rest. Eerlijk gezegd moet ik er best wel aan wennen, na ruim twee weken van intense rust.
Ik bezocht hier een pelgrimsmis. Dat was erg mooi, want de vele Spanjaarden ( die zijn er natuurlijk ook) zongen elk lied uit volle borst mee. Na de mis ging ik mijn fiets in de fietsenstalling zetten en ontmoette daar een hospitalero uit Schin op Geul of all places. De man was blij dat hij weer eens lekker plat kon praten geloof ik.

Tot slot, voordat ik ga eten: zo ziet mijn slaapplek er uit

IMG_0749.JPG

De pastorie in Lectoure

Ik schreef gisteren dat ik ging overnachten bij de pastorie in Lectoure (zie dag 15). Het woord overnachten doet echter tekort aan mijn verblijf daar. Ik kwam er ongeveer tegelijk aan met Claude en met twee wandelaars. We werden met een glaasje fris ontvangen door twee gastvrouwen: Simone en Christine.

IMG_0673.JPG

Ze wezen ons onze slaapzaal en de douches. Daarna werd ons vriendelijk maar dringend meegedeeld: “om 19.00 u soep”. Ik vroeg wat daar de bedoeling van was en de bedoeling bleek te zijn dat de dames voor ons gingen koken, net zoals ze in de ochtend een ontbijt voor ons zouden verzorgen. Daarvoor werd geen prijs gerekend, slechts een donativo (vrijwillige bijdrage).

Toen Claude en ik even voor zeven uur terug binnen kwamen, waren er inmiddels nog vijf andere pelgrims gearriveerd. We werden met zijn allen aan tafel uitgenodigd en daar kwam de soep. Overheerlijke groentesoep. Daarna volgden nog drie gangen, elk vergezeld van rijkelijk vloeiende streekwijn. We hadden allerlei geanimeerde gesprekken aan tafel en ik schakelde steeds gemakkelijker van Frans (vanwege de 9 Fransen aan tafel) naar Duits (vanwege de één Duitse tafelgenoot) naar Engels (omdat een paar Fransen in die taal met de Duitse probeerden te communiceren). Uiteindelijk was ik de tolk. En ik werd nog even collectief uitgelachen vanwege de Nederlandse keuken: diegenen die in Nederland waren geweest vonden dat helemaal niks. Abominable! Na het eten zongen we samen een Sint-Jacobslied. Om de gezelligheid nog even vast te houden wasten we samen af en rolden daarna met een vol buikje het bed in. Vanochtend weer op, terwijl de geur van verse koffie al langs de trap naar boven walmde. Kortom, een plek om nooit te vergeten.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over het gebouw zelf. Honderden jaren oud, met plafonds van negen meter hoog en deuren waar ik me moest bukken. Werkelijk schitterend.

IMG_0674.JPG

Dag 11 heuvel-op-heuvel-af

Châtelus – Uzerche

Gisteravond nadat ik gegeten had liep ik nog even het dorp in om bij de Auberge wat te drinken. Daar kwam ik René weer tegen en we togen samen naar het terras, waar we een gezellige avond hadden.

Zuid-Limburg-plus
Vanochtend was ik voor het ochtendgloren weer op. Het was prachtig: de zon was nog achter de heuvels en de mist hing in de vallei, het zag er schitterend uit.

IMG_0539.JPG

Ik merk wel dat de dagen korter worden, want om half acht was het pas licht genoeg om te vertrekken. Het eerste deel van de route ging door een soort Zuid-Limburg-plus: hellingbossen, beekdalen, glooiende weilanden, maar dan allemaal een paar honderd meter hoger dan bij ons. Ik genoot van de omgeving en van het zonnetje, dat verscheen nadat de mist was opgetrokken. Het tweede deel van de route werd meer als de Ardennen. De bossen werden dichter en de hellingen werden langer. Al met al moest ik flinke stukken klimmen, regelmatig kilometers achter elkaar. Soms had ik ook wel een mooie afdaling, maar het ging toch vooral omhoog.

Welkom in de middeleeuwen
Rond een uur of tien reed ik St. Leonard de Noblat binnen, een oude vestingstad. Er was dit weekend net het jaarlijks Middeleeuwenfeest. Overal liepen jonkvrouwen en ridders. Er waren wapensmeden aan het werk en er stond de ene kraam na de andere. Even voelde ik me een echte middeleeuwse pelgrim die ergens aankomt, ware het niet dat ik een strakke koersbroek aan had en op een eenentwintigste-eeuwse racefiets reed. Maar goed, het was wel een leuk sfeertje in de verder ook heel mooie stad.

IMG_0543.JPG

Op zoek naar eten
Toen ik verder fietste had ik vrijwel meteen al wat trek, dus ik dacht: zo meteen ergens lunchen. Volgens mijn boekje zou dat in St. Germain les belles moeten lukken. Maar helaas, het restaurant serveerde alleen drank. Er was niet genoeg in huis om eten te serveren. Een dorp verder at ik dan maar mijn eigen spulletjes op, tegenover een prachtige auberge, die helaas niet meer in bedrijf is.

IMG_0550.JPG

Daarna werd het zwaar. Was ik de pittige hellingen tot dan toe fluitend op gefietst, nu begon ik het toch wel in mijn benen te voelen. Heuvel-op-heuvel-af reed ik op een heel rustig tempo naar Uzerche, mijn doel voor vandaag. Ik hoopte dat er een gite zou zijn, maar helaas dat is niet het geval.

Campingplezier
Dus heb ik mijn tentje weer op gezet, op een klein campinkje aan de rivier. Tegenover mij zitten twee Fransen met een caravan. Toen ik aan kwam waren ze bezig de voortent af te breken. Ze deden dat samen, maar waren niet erg goed op elkaar ingespeeld. Ze sloegen elkaar per ongeluk met stokken om de oren en toen de man zei dat de vrouw ergens iets moest vasthouden, stortte er aan de andere kant iets naar beneden. Het geheel ging met veel gemopper en gevloek gepaard en het duurde ongeveer een uur. In de tussentijd stond mijn tentje fier overeind, had ik gedoucht en mijn kleren gewassen.

Toen mijn overburen eindelijk klaar waren barstte er achter de heg een enorm tumult los. Ik zag de daken van diverse caravans uitsteken en mannen, vrouwen en kinderen schreeuwden door elkaar. De overburen gluurden door de heg en hun buren gingen ook eens een kijkje nemen. Maar het tumult hield aan, zeker een kwartier. Op enig moment ging ik naar het stadje en moest daarvoor om de heg heen. Wat bleek het geval: een colonne zigeuners met enorme caravans en campers was per abuis de camping opgereden. Daarbij hadden ze het smalle toegangsweggetje van de camping volledig geblokkeerd. Het lukte hun ook niet om die lange gevaartes zo te manoeuvreren dat er ruimte ontstond. Het geschreeuw had de bedoeling dat het wel zou lukken. Mij leek dat niet de meest effectieve manier, maar toch is het gelukt want later zag ik ze op een andere plek staan, aan de overkant van de rivier.

Uzerche
Het stadje is werkelijk schitterend. Hier wat foto’s:

IMG_0568.JPG

IMG_0553.JPG

IMG_0561.JPG

IMG_0560.JPG

Dag 10 topdag

La Chatre – Châtelus le Marcheix

Een topdag vandaag! Ik vertrok met het eerste daglicht. Dat bevalt me toch veel beter dan ’s ochtends wat aanklooien en dan gaan fietsen. Het weer was wisselvallig, het druppelde af en toe, maar het fietsen ging heerlijk. De omgeving waar ik doorheen reed was prachtig en elk dorpje had wel één of andere bezienswaardigheid. Ik kwam al meteen langs Sarzay, kleiner dan Humcoven, maar wel met een enorme burcht. Oorspronkelijk waren er 38 torens, nu nog maar twee, maar nog steeds indrukwekkend.

IMG_0511.JPG

IMG_0510.JPG

Daarna voerde de tocht door Neuvy St. Sépulchre. Daar zag ik één van de bijzonderste kerken van deze reis. De kerk is rond 1100 gebouwd door pelgrims die uit Jeruzalem terugkeerden, naar voorbeeld van Heilige Grafkerk aldaar. Werkelijk schitterend.

IMG_0512.JPG

Langzaamaan kwam ik in de Limousin. Het landschap is heel gevarieerd: stijgen en dalen langs weilanden, door bossen en in Crozant slingerde ik zelfs langs een heuse Gorge (gorge de Creuse). In datzelfde plaatsje reed ik ook nog tegen de ruïne van een immens kasteel aan.

IMG_0520.JPG

Mijn lunchpauze hield ik in La Souterraine, een leuk stadje, met wederom een machtige pelgrimskerk. Je ziet hier in de Limousin trouwens overal verwijzingen naar st. Jacobspelgrimage. Uit de middeleeuwen, maar ook van nu. Sommige stukken voor wandelaars zijn zelfs heel goed bewegwijzerd. Ik kom ook veel meer pelgrims tegen dan eerst. Vandaag fietste ik op met drie bejaarde Fransen, die vanaf Vézelay op weg waren naar Santiago. Al fietsend spraken we met elkaar, maar ze reden beduidend langzamer dan ik, dus op een gegeven moment liet ik hen achter. Om ze vervolgens in La Souterraine weer te ontmoeten. Verder kwam ik een stuk of zeven wandelende pelgrims tegen.

IMG_0518.JPG

Ik zei al dat het een topdag was. Behalve mooie dingen en leuke ontmoetingen, werd het na de middag echt mooi weer. En, ik fietste ook als een trein. Mijn doel voor vandaag was Bénevent l’Abbaye, op exact honderd kilometer fietsen vanaf LaChatre. Maar toen ik daar aankwam vond ik er én niet zoveel aan, én ik was nog helemaal niet moe en wilde nog lekker doorfietsen. Een dikke vijftien kilometer verderop zou een camping liggen; daar had ik eigenlijk wel behoefte aan want dan kon mijn tent eindelijk eens drogen. Die had ik immers vier dagen geleden zeiknat ingepakt. Dat was een goede keuze, want behalve een flinke klim stond me op dat stuk een heerlijke afdaling van vier kilometer te wachten. En toen was ik er. Alleen, de camping was helemaal leeg, op één campertje na. Ik terug het dorp in om te vragen of dat wel echt een camping was en jawel, ik kon er gewoon gaan staan. Prachtig, de douche is heerlijk, het uitzicht fantastisch. Ik heb een picknicktafel voor mezelf en volledige rust.

Net kwam er nog een pelgrim aanwandelen. René uit Nederland. Hij kwam even van het uitzicht hier genieten, hij zit zelf in een gite, even verderop. Hij is al zeven weken onderweg, te voet. Hij schoof aan aan ‘mijn’ picknicktafel en we hadden een leuk gesprek.

Dag 5 door de leegte

Châlon-en-Champagne – Rosieres (104 km)

Op de camping werd ik omringd door Engelse stelletjes, die heel veel lawaai maakten. De hele nacht door. Desondanks stond ik weer vroeg op en zag een volledig wolkenloze hemel. Het was wel koud. Na een ontbijtje ging ik weg en kreeg na een kilometer of tien gezelschap van een wielrenner. Een wat oudere man, die zijn zondagse ritje maakte. We fietsen een uurtje samen op en kletsten wat. Hij zou over vier weken met vrienden van Barcelona naar Santiago gaan fietsen. Het lijkt wel of iedereen dat tegenwoordig doet! Het was aangenaam om weer eens wat langer met iemand te praten, in tegenstelling tot gisteren toen mijn conversaties beperkt bleven tot het bestellen van eten.

De route vandaag was vrij vlak en met de hele dag het zonnetje op mijn kop, was het heerlijk. Ik voel wel mijn spieren inmiddels. Niet alleen in mijn benen, ook in mijn armen. Fietsen met een tas aan het stuur is toch weer anders. Het landschap was nog leger dan gisteren en de weg slingerde door kleine boerendorpjes waar geen mens op straat was.

IMG_0379.JPG

Wel een hoop mooie kerkjes natuurlijk, zoals in Lettrée, waar Jeanne d’Arc nog gebeden heeft in 1429.

IMG_0373.JPG

IMG_0371.JPG

In St. Nabord was het uit met de stilte. Het was er Jour de Fête vanwege de naamdag van de patroonheilige (van wie ik nooit eerder gehoord had, zoals van zoveel Franse heiligen). Er was een kermis, een rommelmarkt en een soort kunstmarkt. Tot ver buiten het dorp stonden auto’s geparkeerd en het leek alsof al die andere dorpen die ik gepasseerd was leeggestroomd waren om hier te komen feesten. Behalve dat gefeest was er ook een fantastische ouderwetse bakker, waar ze koffie schonken. Daar maakte ik natuurlijk meteen gebruik van. Ik ging met mijn koffie en croissant op een trapje zitten en bekeek al die mensen eens op mijn gemak. Na een tijdje werd de dreunende muziek van de botsauto’s me echter teveel en zocht ik weer de rust op van mijn fiets.

Ik liet het feestgedruis even bezinken. De vraag kwam ineens op waarom ik aan dit avontuur begonnen ben. Ik heb het thuis toch goed? En waarom zou ik zo’n fysieke inspanning leveren, daar zijn mensen helemaal niet voor gemaakt? Een voorlopig antwoord dat ik bedacht is dat ik het misschien nodig heb om mijn vertrouwde omgeving even los te laten om tot mezelf te komen. Paradoxaal eigenlijk, want die vertrouwde omgeving is ook een deel van mijzelf.

Oorspronkelijk wilde ik in Troyes gaan kamperen, maar onderweg had ik besloten om maar eens naar een herberg te gaan en dan iets verder dan Troyes. In die schitterende stad maakte ik wel een royale tussenstop. Wat een ongelooflijke schoonheid. Ik liep van de ene verwondering in de andere en vroeg me af waarom ik hier nooit eerder ben geweest. Bij de kathedraal kreeg ik ook nog een mooi stempeltje in mijn pelgrimspaspoort.

IMG_0383.JPG

IMG_0392.JPG

IMG_0387.JPG

Na twee uur sight seeing stapte ik weer op de fiets en reed naar Rosieres. Dat was een erg vervelend stukje, door de stad, langs vele stoplichten en rotondes en het kostte me moeite om de jeugdherberg te vinden. Maar ik zit er nu en het is hier aangenaam. Het is een oud klooster in een prachtig groene omgeving.

Een geweer, vergroeid met het bos

In mijn vorige bericht schreef ik al over de alom aanwezige Eerste Wereldoorlog, oftewel de Grote Oorlog. In het plaatselijke museum zag ik iets moois: op enig moment in die vreselijke slachtpartij heeft een Duitse soldaat zijn geweer tegen een boom aan gezet. Daar bleef het staan, om welke reden dan ook. Een paar jaar geleden werd het door een wandelaar gevonden. Dat zag er zo uit:

IMG_0344.JPG