Allemaal bedankt!

Mijn tocht zit er op. Ik zal de verhalen in de komende tijd nog wat aanvullen, want sommige heb ik alleen nog maar op papier. Maar het reizen is nu echt voorbij. Morgen kom ik terug naar Nederland, waar alles gewoon is doorgegaan terwijl ik alleen maar met mezelf en mijn fiets bezig was.

Ik wil jullie allemaal bedanken voor de vele leuke reacties en steunbetuigingen. Dat heeft me steeds opnieuw (als ik wifi had natuurlijk) een extra zetje in de rug gegeven. Ik heb ook daarvan genoten. Bedankt!!

Dag 27 Santiago de Compostela

Een dagje stad
Best vermoeiend om na een maand voorovergebogen op een racefiets ineens een dag lang rechtop door een stad te moeten lopen. Ik kreeg in het hotel een stevig ontbijt voorgeschoteld en bracht daarna mijn fiets naar de pakketdienst. Spannend om mijn trouwe Bianchi en Extrahweel, die mij in de afgelopen weken zo’n trouwe diensten hebben bewezen achter te laten bij volstrekte vreemden. Maar ik zal er maar op vertrouwen dat het goed komt.
Daarna liep ik door de prachtige stad, door parken, steegjes, langs fantastische markthallen en over pleinen.

IMG_1158.JPG

IMG_1178-0.JPG

IMG_1184.JPG

Maar na anderhalf uur miste ik het fietsen. De wind langs mijn oren, de rust om me heen. Echt, Santiago is ongelooflijk mooi, maar de omschakeling van totale vrijheid en dag in dag uit leven in de buitenlucht naar toerist zijn in een toeristische stad is groot. Erg groot.

In de loop van de ochtend ging ik dan toch naar de St. Franciscuskerk en ontving de bijzondere Compostela (zie dag 26).

IMG_1219.JPG

Daarna ging ik bij de kathedraal op een pleintje zitten om mensen te kijken. Dat was leuk, ik maakte een hoop foto’s (zie Een ochtend in Santiago de Compostela). ’s Middags at ik lekkere tapas en struinde nog wat straten en pleinen af.

Het is klaar
Mijn gevoel zegt me dat het klaar is. Zoals ik vooraf wel vermoedde was de reis het belangrijkste. Daar kwamen de inzichten, de rust, de gedachten, de emoties. De bestemming is leuk, maar werpt me tegelijkertijd weer terug naar waar het allemaal begon: in de dagelijkse maalstroom. Morgen reis ik naar huis. Daar zie ik nu echt naar uit, toen ik nog op de fiets zat was dat veel minder. Dan dacht ik met plezier aan thuis, maar was het het moment zelf dat er het meest toe deed, waar ik van genoot. Hier, in de stad, denk ik ondanks alle vertier dat geboden wordt elke keer weer: wat moet ik nu weer eens gaan doen? In de afgelopen maand moest ik helemaal niks en eigenlijk is dat nu nog steeds zo. Maar de stad maakt dat het voelt alsof ik iets moet.

Dag 26 Gearriveerd

Portomarin – Santiago de Compostela

Rustig opstaan
De dag van gisteren was zwaar. Daarom bleef ik wat langer op bed liggen en deed het ’s ochtends rustig aan met klaar maken voor vertrek. Ik zou nog ruim honderd kilometer moeten fietsen naar Santiago, dus ik overwoog om het over twee dagen uit te smeren.

Ondanks dat ik rustig opstond, stond ik om kwart over zeven gepakt en gezakt buiten de herberg. Het was nog donker, inmiddels wordt het pas even over acht licht. En, het was mistig. Het eerste stuk van de rit zou een flinke klim van twaalf kilometer worden, door bos en landelijk gebied. Daar is geen straatverlichting, dus ik besloot om in elk geval te wachten tot de zon op was. Dat gaf de gelegenheid om een lekker ontbijtje te nemen en nog wat te relaxen. Inmiddels was ik er zeker van dat ik morgen pas zou aankomen in Santiago. Maar ja, zoals ik inmiddels wel heb geleerd loopt niets zoals gepland.

Mist en tranen
Het was goed dat ik op daglicht had gewacht want het was echt mistig. Met al mijn lampjes aan reed ik door dikke flarden mist de vrij pittige helling op. Het was zondagochtend vroeg, dus er was gelukkig vrijwel geen verkeer op weg. Toen de mist begon op te trekken zag ik voor de zoveelste keer – en voorlopig de laatste keer – uit op een oogstrelend uitzicht.

IMG_1118.JPG

IMG_1119.JPG

IMG_1120-0.JPG

Net op het moment dat ik al die schoonheid om me heen aanschouwde was ik aan het terugdenken aan wat ik in de afgelopen weken allemaal heb meegemaakt en dat dat nu bijna afgelopen is. Ik dacht aan waarom ik hier überhaupt aan begonnen was en stelde mezelf de vraag wat het me gebracht heeft. Die gedachten, in combinatie met de mooie wereld om mij heen ontroerde me zo diep dat de tranen over mijn wangen rolden. Reed ik daar, ver weg in Spanje, jankend een berg op. Eerst zag ik nauwelijks iets door de mist, nu door mijn tranen. Het duurde wel vijf kilometer voordat ik weer wat bedaard was.

Het materiaal is aan het eind van zijn Latijn
Laatst schreef ik over de derailleur van mijn fiets, dat die zo lekker loopt. Maar vandaag, vlak voor de eindstreep begon hij te haperen. Het is ook allemaal zo vies van het stof, de regenbuien, de modder. Ik stopte ergens om alles zo goed en zo kwaad als het ging schoon te maken om vervolgens verder te fietsen.

Wedstrijdje
De route liep een stuk over de N547, waarvan in het routeboekje wordt gezegd dat die afschuwelijk druk en gevaarlijk is. Zoals ik al zei was het echter zondag en was er geen kip op de weg. Het fietste heerlijk. Fijne heuvels, geen mooie maar wel gezellige dorpjes waar ik doorheen fietste. De N547 loopt ook recht langs de echte (voetgangers)camino. Een grappig fenomeen in die laatste honderd kilometer is het af en aan rijden van taxi’s. Ze brengen rugzakken van het ene naar het andere dorp, vervoeren mensen die eigenlijk toch liever niet lopen of een stukje willen overslaan. Het lijkt er op dat veel pelgrims op dit stuk vooral uit zijn op het papiertje dat ze aan het eind krijgen (de Compostela) en niet zozeer bezig zijn met de tocht zelf. Erg grappig om mensen die nog helemaal fris gewassen zijn, met hooguit een piepklein handtasje of rugzakje, zich te zien voortbewegen tussen de stoffige en naar herbergovernachtingen ruikende, doorgewinterde pelgrims, die al weken onderweg zijn.

Vanwege die vermeende drukte op de weg, leidt het routeboekje vanaf Melide via een omweg naar Santiago. En, vanwege de rust die er in werkelijkheid was op die weg, besloot ik om de omweg over te slaan. Ik reed gewoon langs het voetpad op, via de N547 verder. Het liep lekker, ik genoot en de kilometers smolten als sneeuw voor de zon. Op een gegeven moment werd ik ingehaald door een wielerclub, althans door de voorhoede daarvan. De achterste twintig man fietste ongeveer even snel als ik, in elk geval berg op. Één van hen had de onweerstaanbare behoefte om me in te halen. Dat deed hij dan ook. Het was echter een behoorlijk lange helling en terwijl hij na het inhalen stil viel, fietste ik gewoon in één tempo door naar boven en haalde hém weer in. Zijn fietsvrienden achter ons joelden hem met zijn allen uit. Dat stak, want vlak voor de top kwam hij weer, puur op kracht, aangefietst om me in te halen. Hij riep “I win!”, maar ik kon dat toch niet laten gebeuren, ging even op de pedalen staan en gaf hem het nakijken. Hilariteit alom bij de rest van de groep. Op het vlakke kwamen ze allemaal een voor een naast me fietsen om me schouderklopjes en felicitaties te geven. Als laatste kwam de man die me had willen inhalen. Hij sloeg me breed grijnzend op de schouder. In gebroken Engels zei hij: “you are too forte”.

Toch naar het einde
Door alle afleiding had ik niet echt opgelet hoe ver ik had gefietst, ook omdat ik in de veronderstelling was dat ik vrij vroeg zou stoppen vandaag. Maar ineens zag ik een bord langs de weg staan waarop stond dat Santiago nog 46 kilometer was. Terwijl het nog niet eens twaalf uur was. Dat betekende dat ik met lunch- en rustpauzes rond half drie daar zou kunnen zijn. Tijd om het plan te wijzigen. Ik keek drie keer op mijn kaarten of ik me niet vergiste en besloot toen om ergens stevig te gaan lunchen en dan toch maar naar de eindbestemming door te rijden.

Ik nam nog even ergens een verkeerde afslag en verdwaalde bijna in een wirwar van landweggetjes, maar werd gered door een toevallige voorbijganger. Toen ik weer op de juiste weg zat, was ik voordat ik het wist bij de luchthaven van Santiago. Daar reed ik over een hele stille weg, met overal daarlangs tekens die duiden op de camino.

Alweer in tranen
In het besef dat binnen acht kilometer mijn tocht ten einde zou zijn, werd ik opnieuw overvallen door intense emoties. Blij dat ik aankwam, bedroefd dat het over was, gelukkig dat ik het gedaan had, dankbaar dat het goed gegaan was; opnieuw reed ik kilometerslang met de tranen biggelend over mijn wangen. De blaas wat dicht bij de ogen, zou mijn oma zeggen, maar het was goed zo.

Aankomen
Tja en toen reed ik de stad binnen. Wegversperring na wegversperring trotseerde ik. De hele binnenstad was afgezet vanwege de finale van de Vuelta, maar pelgrims mochten gewoon door. Het eerste wat ik deed was naar het graf van Sint Jacob, om daarna bij het pelgrimsbureau mijn Compostela te ontvangen. Er stond een lange rij, maar tijdens het wachten had ik een leuk gesprek met een vrouw uit Berlijn. Zij was al vijf dagen geleden aangekomen, maar was in de tussentijd nog naar Fisterra gegaan. Ik heb besloten dat niet te doen, maar zij adviseerde me om dat een volgende keer zeker wel te doen.

IMG_1217-1.JPG

Ik dronk een kop koffie in de Huiskamer van de Lage Landen en ging op zoek naar een slaapplek. Dat viel niet mee, want door het wielrennen is de stad propvol. Na tevergeefs bij twee herbergen te hebben gevraagd liep ik, terwijl ik op weg was naar het derde adres, langs een leuk hotelletje achter de kathedraal. Daar hadden ze nog een kamer voor me. Natuurlijk wel duurder dan een herberg, maar ik moet zeggen, het is heerlijk om als afsluiting even een kamer, douche en wc helemaal voor jezelf te hebben.

Vuelta a España
Toen ik opgefrist was wilde ik naar de St. Franciscuskerk lopen, want daar krijg je dit jaar een speciale Compostela. St. Franciscus heeft volgens de overlevering namelijk precies 800 jaar geleden zijn pelgrimstocht naar Santiago voltooid. Elke honderd jaar wordt aan pelgrims een speciale Compostela uitgereikt om dit te herdenken. De eerstvolgende mogelijkheid om die speciale Compostela te ontvangen is dus pas over honderd jaar.
De Vuelta houdt echter geen rekening met dit soort zaken. Ik liep namelijk naar de kerk toe, maar die bleek midden in het tijdritparcours te liggen. Ik was er vlakbij maar kon er gewoon niet komen.

IMG_1126-0.JPG

Als wielerliefhebber voelde ik me toen genoopt om me met profane zaken bezig te houden. Tegenover de St. Franciscuskerk vond ik een mooi plekje, op honderd meter voor de finish, waar ik de wedstrijd goed kon zien. Het was erg spectaculair, elke keer als er een coureur aankwam maakte het publiek een hels lawaai en de bocht waar ik voor stond werd vrijwel door iedereen met maximaal risico genomen.

IMG_1128-1.JPG

Beetje bij beetje liep ik richting de finish en op enig moment stond ik 25 meter voor het eind. Als noord-Europeaan ben ik dan in het voordeel. De Spanjaarden zijn gemiddeld volgens mij wel dertig centimeter kleiner dan wij, dus ik kon mooi over iedereen heen kijken en alles goed zien. Het was geweldig. Helaas begon het ineens te stortregenen en moest ik uiteindelijk een schuilplek zoeken, zodat ik de echte klassementsrenners niet heb kunnen zien. Wel op tv overigens.

IMG_1133-2.JPG

IMG_1136-1.JPG

In de loop van de avond bezocht ik de pelgrimsmis in de kathedraal. Normaal wordt daar met een immens groot wierookvat gezwaaid, een bekend spectakelstuk, maar omdat binnen alles in de steigers staat ging dat feest helaas niet door.

Na de huldiging van El Pistolero ging het feest in de stad nog tot in de kleine uurtjes door, maar ondanks de herrie buiten viel ik in een lekker bed in een diepe slaap.

Dag 25 mooi maar zwaar

Ontbijt in Villafranca
Opnieuw vertrok in het donker. In de albergue sliepen we weliswaar in tweepersoons kamertjes, maar het was allemaal zo gehorig dat, toen de buren het nodig vonden om om vijf uur op te staan voor vertrek, mijn kamergenoot en ik noodgedwongen ook maar opstonden. Op zich was dat niet zo erg, want ik wilde voor mijn ontbijt naar Villafranca fietsen, acht kilometer verderop. Waarom? Omdat in de buurt van de albergue niks te krijgen was en omdat Villafranca een hele belangrijke plaats is op de camino. Dat wilde ik natuurlijk zien. Tegen zeven uur kwam ik er aan en vond een gezellig cafeetje dat ontbijt serveerde. Na het ontbijt liep ik even wat rond. Villafranca is inderdaad een mooi stadje, maar zo vroeg is natuurlijk alles dicht. Ook de beroemde Santiagokerk uit 1186.

IMG_1089.JPG

Opnieuw de bergen in
Na Villafranca ging de weg langzaam omhoog en al snel werd het steiler. Vandaag stonden de bergen van Galicia op het programma. Ik maakte me wat zorgen, want ik had last van buikpijn en tijdens het stukje fietsen naar Villafranca voelden mijn benen aan als pap. Er waren veel fietsers op de weg, we vertrokken allemaal ongeveer tegelijk in Villafranca maar al snel werden er flinke gaten in de groep geslagen. Een racefiets blijkt toch elke keer weer beduidend sneller te zijn dan een mountainbike, ook al hangt er een bagagekar achter.
Ondanks de fysieke malheur ging het heerlijk bergop. Toen ik de eerste top (de Cebreiro) bereikte was de buikpijn vrijwel helemaal weg en ik werd er getrakteerd op een overweldigend uitzicht.

IMG_1091.JPG

IMG_1090.JPG

Bovenop de Cebreiro ligt een dorpje, O Cebreiro, waar je je in de middeleeuwen waant. Ware het niet dat het er wemelt van de toeristen. Het kerkje is uit de tiende eeuw en de huizen lijken er niet veel nieuwer.

IMG_1093.JPG

Na Cebreiro ging het een stuk bergaf, om vervolgens weer te stijgen naar de tweede top: de Alto San Roque. Bovenop de top staat een imposant pelgrimsbeeld.

IMG_1096.JPG

IMG_1094.JPG

Opnieuw ging het omlaag, nu wat verder, en volgde de derde top, die net wat hoger is: de Alto de Poio. Het was echt een prachtige rit, heerlijk bergop, schitterend uitzicht en daarna… Twaalf kilometer bergaf.

IMG_1098.JPG

IMG_1099.JPG

Mooie kerken en kapellen
Hoe verder je komt op de camino, hoe meer St. Jacobskerken je tegen komt. Onderaan de lange afdaling, in Tricastela, staat ergens achteraf een prachtig St. Jacobskerkje. Ik moest er echt naar zoeken, maar het was de moeite.

IMG_1101.JPG

IMG_1100.JPG

Tien kilometer verderop, in Samos, stuitte ik op misschien wel het oudste gebouw dat ik op deze tocht heb gezien (behalve wat Romeinse resten natuurlijk): een kapel uit de negende eeuw, gewijd aan El Salvador. De cypres naast de kapel schijnt ook al duizend jaar oud te zijn.

IMG_1102.JPG

De vermoeidheid slaat toe
Na Samos volgde een klim van ongeveer een kilometer, van 9%. Zo gemakkelijk als ik de drie hoge bergen over was gefietst, zo moeilijk ging het nu ineens. De pap in mijn benen keerde weer terug en ook mijn buikpijn was er weer. Ik worstelde naar boven en besloot om in Sarria te stoppen voor vandaag, ruim twintig kilometer eerder dan oorspronkelijk mijn bedoeling was. Maar ik voelde me echt niet lekker.

En toen reed ik Sarria binnen en werd alles weer anders. Wat een ongelooflijk lelijk stadje. Lintbebouwing in optima forma; één lange drukke winkelstraat, heel levendig dat wel, en parallel daaraan wat nietszeggende straten met huizen en obscure hoekjes zoals je ze alleen in zuid-Europa vindt. Ik fietste door het lint met het idee een leuk plekje in de stad te vinden en daar een herberg te zoeken. Maar dat leuke plekje vond ik niet en voordat ik het wist was ik door Sarria heen. Het stadje stootte me zo af dat ik het niet kon opbrengen om om te keren, nog eens door die straat te fietsen en daar de nacht door te brengen. Maar ik was wel nog steeds uitgeput.

Langs de camino heb je hier met enige regelmaat een soort schaduwrijke parkjes met een tafel en wat bankjes. Speciaal voor pelgrims. Ik hoopte voorbij Sarria zoiets te vinden en daar een uurtje rust te nemen en dan even verderop een slaapplek te zoeken. Maar helaas. Het enige wat ik vond was een droge berm naast de doorgaande weg, bezaaid met afval dat automobilisten uit het raam hadden gegooid. Zonder een greintje schaduw. Maar ik moest echt rusten, dus ging ik er toch maar zitten. Ik at en dronk goed en sloot even mijn ogen. Na twintig minuten besloot ik ondanks de vermoeidheid toch om rustig verder te fietsen, want het was er erg heet. Ik ging er van uit dat ik binnen enkele kilometers wel een slaapplekje zou vinden waar ik mijn rust kon nemen. Maar laat het stuk na Sarria nou net erg dun bezaaid zijn met albergues, in tegenstelling tot de rest van de camino. Het duurde tot in Portomarin, mijn oorspronkelijk beoogde bestemming, tot ik iets gevonden had. Op mijn tandvlees overmeesterde ik de steile klimmetjes tussen Sarria en Portomarin en toen ik daar een albergue binnen kwam, ging ik op bed liggen en viel prompt, ongedoucht, in slaap.

Portomarin
Na ruim een uur werd ik wakker, voelde me wat beter en liep het dorp in. Het is een heel bijzonder dorp. Het ligt bovenop een helling, maar daar lag het niet altijd. Vijftig jaar geleden lag het op de oever van de rivier in het dal, maar daar werd een stuwmeer gemaakt en dus werd het dorp verplaatst. Althans, de belangrijke historische gebouwen werden steen voor steen afgebroken en elders weer opgebouwd. De gewone huizen werden nieuw gebouwd in een strak, rechthoekig stratenplan. Het ziet er mooi uit en het is echt een gezellig plaatsje. De opvallende vierkante kerk is één van de gebouwen die men verplaatst heeft; op sommige stenen is de nummering voor de wederopbouw nog te zien.

IMG_1106.JPG

IMG_1110.JPG

Het stuwmeer, de plek waar het dorp vroeger lag, stond trouwens erg laag. Volgens mij is het Spaanse droogteprobleem hier wel redelijk serieus. Als je goed op de foto kijkt, zie je nog resten van de vroegere brug boven het water uitsteken.

IMG_1107.JPG

Pelgrims en dorpelingen

Gistermiddag eindigde ik in Portomarin, een bijzonder plaatsje (zie dag 25). ’s Avonds zat ik lekker te relaxen op het pleintje in het dorp. Ik zat op een perfecte plek en kon iedereen die door het dorp liep goed bekijken. Vanaf Portomarin is het net iets meer dan 100 km naar Santiago. En die laatste 100 km, die zijn belangrijk voor veel mensen. Als je die loopt, krijg je een Compostela. Veel pelgrims beginnen dus pas in Portomarin. Maar goed, ik zat daar dus en zag pelgrims en ik zag mensen uit het dorp.

pelgrims

IMG_1116-0.JPG

IMG_1112-0.JPG

IMG_1117-1.JPG

dorpelingen

IMG_1114.JPG

IMG_1115.JPG

IMG_1104.JPG

Dag 24 vervolg

Astorga
Van Hospital de Órbigo fietste ik door naar Astorga. Ik had behoefte aan mijn tweede ontbijt en Astorga leek me daarvoor een goede plek, die ik op een juist tijdstip (tussen negen en tien) zou bereiken. De entree van Astorga, een helling van 100 meter en zo’n veertien procent nam ik iets te enthousiast. Daarna had ik ineens last van mijn knie. Mijn knieholte voelde helemaal stijf aan. Daar zou ik de rest van de dag last van blijven houden, wat niet echt prettig was met de echte bergen die nog komen gingen.

Ik reed Astorga binnen langs allemaal verlaten en vervallen industrieterreinen uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Het zag er allemaal wat luguber uit, maar het had wel wat. Na het steile hellinkje echter, kwam ik langs een opgraving van een Romeins badhuis, waarvan prachtige mozaïeken waren overgebleven.

IMG_1050.JPG

IMG_1049.JPG

Daarna passeerde ik het beste plein van deze reis:

IMG_1051.JPG

In Astorga ontmoette ik een Vlaamse vrouw die ook op de fiets – vanuit Vlaanderen – op weg was naar Santiago. Zij was op zoek naar een fietsenmaker of iets dergelijks. Ze had een lekke band gehad en kreeg hem met het handpompje niet hard genoeg opgepompt. We wandelden samen door het centrum en praatten wat over onze ervaringen op ons beider reizen. Haar viel de eenzaamheid in Frankrijk erg tegen. Ik vond dat misschien wel het mooiste deel van de reis. Maar we waren het erover eens dat de Camino Frances erg druk is en dat het een zegen is als je op de fiets bent. Dat maakt dat je je veel gemakkelijker aan de drukte kunt ontrekken. Zij maakte nog een mooie foto van me, voor het bisschoppelijk paleis, dat gebouwd is door Gaudí.

IMG_1053-0.JPG

Bij de kathedraal van Astorga is een bijzonderheid te zien. In de muur van het oude romaanse kerkje dat naast de barokke kathedraal staat, zit een klein tralievenster. Achter dat venster lieten vrouwen zich inmetselen ter boetedoening. Ze (over)leefden van hetgeen voorbijgangers door de tralies naar binnen gooiden. Ik heb zoiets wel eens gelezen in het boek Kathedraal van de zee van Idelfonso Falcones, maar dat is fictie. Het gebeurde dus blijkbaar echt.

IMG_1058-0.JPG

De bergen in
Ik zei het al, vanaf vandaag wordt het weer serieus klimmen. Na Astorga ging het geleidelijk omhoog, langs allemaal bergdorpjes die blijkbaar eerst vrijwel verlaten waren, maar door het pelgrimstoerisme weer zijn opgebloeid. Castrillo demlos Polvazares is een uitzondering. Dat is altijd bewoond gebleven, maar lag zo afgezonderd dat het er nog steeds zo uitziet als in de middeleeuwen. Het hele dorp is dan ook een nationaal monument.

IMG_1059.JPG

Toen de klim naar Cruz de Ferro (1504 m) echt begon reed ik langs een jongen die problemen had met zijn fiets. Zijn voorderailleur werkte niet goed, hij kreeg de ketting niet op het kleinste tandwiel. En hij was bang dat hij zo niet boven zou komen. Bicycle repair man kwam weer in me boven, dus ik hielp hem de derailleur goed af te stellen en ging weer op pad. Het is een mooi bergje om op te fietsen. De hele tijd in de zon (gelukkig was het nog vóór de middag en dus niet te heet), fantastisch uitzicht en niet al te lastig, ondanks mijn stijve knie. En boven wacht natuurlijk het beroemde cruz de ferro, waar pelgrims symbolisch een steen neergooien om zich van een deel van hun last te ontdoen.

IMG_1069-0.JPG

IMG_1065-0.JPG

Daarna moest ik nog de Puerta Irago over (1515 m), om vervolgens twintig kilometer te mogen afdalen. Dat klinkt leuk, maar ik vond het zwaarder dan het klimmen. Het was akelig steil, een heel slecht wegdek en het leek oneindig. Zoals velen weten loopt dit soort afdalingen bij mij niet altijd goed af, dus behalve geknepen remmen had ik ook lichtelijk samengeknepen billen. Maar ik kwam veilig beneden en heb kunnen genieten van een geweldig uitzicht.

IMG_1075.JPG

Ponferrada
De afdaling eindige in Ponferrada. Voor de liefhebbers: volgende week begint hier het WK wielrennen. Ik ken het parcours niet, maar misschien beklimmen ze in de wegwedstrijd ook wel de Cruz de Ferro. Ponferrada is een indrukwekkend stadje. Vooral de Tempeliersburcht waar je bij binnenkomst tegenaan rijdt. Volgens de verhalen hebben de Tempeliers hier in de buurt ergens de Heilige Graal verborgen.

IMG_1078.JPG

Ik trakteerde mezelf in Ponferrada op een uitgebreide lunch. Het terras van het restaurant bevond zich in de slotgracht van de burcht. Daarna keek ik nog wat rond in de stad, die op een paar luidruchtige Amerikaanse dames van middelbare leeftijd, redelijk uitgestorven was. De Amerikaanse dames praatten echter zo hard, dat het leek alsof het spitsuur was.
Zoals ik al zei, Ponferrada is echt een mooi stadje.

IMG_1082.JPG

IMG_1086.JPG

De laatste vijftien kilometer
Om die grotere steden uit te komen is wel altijd een gedoe. Over onmogelijke paden, door woonwijken, kruip-door-sluip-door en dan maar hopen dat je de juiste afslag hebt gepakt. Gelukkig kwam ik Ponferrada desondanks redelijk snel uit en fietste door een landelijk gebied naar Cacabelos, een gezellig pelgrimsplaatsje. Na het gebruikelijke ritueel van douchen en wassen verving ik de remblokjes van mijn fiets (morgen drie flinke cols) en liep ik het stadje in. Ik was een beetje aan het rondkijken toen ineens iemand achter me riep: “hoever moet je nog?” Ik keek om en zag twee Spanjaarden achter me lopen, dus ik dacht dat ik het verkeerd had verstaan. Maar niets was minder waar. Één van hen, Santiago, had 41 jaar in Rotterdam gewoond en had aan het kaartenboekje dat op mijn tas zat gezien dat ik een Nederlander was. Zelf was hij twee keer, via verschillende routes van Rotterdam naar Santiago gefietst, in 1994 en nog een keer daarna. Hij was ook terug gefietst. Nu had hij samen met zijn vrouw een pension/restaurant op de camino, een paar dorpen verderop. Maar hij had ruzie met zijn vrouw dus woonde tijdelijk bij zijn ouders, hier in Cacabelos. Hij nodigde me uit om met hem en zijn vriend Lello, die hier was om wijn in te kopen, een borrel te gaan drinken in een wijnbar.

IMG_1087-0.JPG

Toen Santiago en Lello weg waren at ik nog heerlijke in inkt gestoofde inktvis en ging terug naar de herberg.

Dag 24

Villar de Mazarife – Cacabelos

The inner cleaning
Wie wel eens in India of China geweest is kent het verschijnsel van inner cleaning vast en zeker. Dat houdt in dat je je slijm ophaalt vanuit je tenen en met veel misbaar, gerochel en gefluim jezelf ontdoet van datzelfde slijm. Daar werd ik vanochtend dus wakker van. Het begon om tien over half zes en de persoon in kwestie liep om vijf over zes nog te kitsen zodat ik er zelf van moest kokhalzen. Het deed me denken aan de tijd dat ik in een guesthouse in New Delhi zat. De beheerder daar ging ook elke ochtend los, op hetzelfde tijdstip, rond een uur of zes. Dan rochelde hij de hele buurt bij elkaar en wekte mij daarmee. Vandaag probeerde ik het eerst te negeren. Maar dat bleek onmogelijk. Ik had geen Indiërs of Chinezen gezien, dus ik begon me af te vragen wie zo tekeer ging. Om tien over zes stond ik op en ging naar de badkamer. Ineens kwam de rochelaar binnen en poneerde een dikke fluim in de wasbak naast me. En raad eens: het was toch een Indiër. Meteen was alles glashelder en ik wakker.

Pelgrimsmenu
Gisteravond was het trouwens erg gezellig in de herberg. Bijna iedereen schoof aan voor het pelgrimsmenu, waarbij de rode wijn overvloedig vloeide. Ik ontmoette twee Nederlandse fietsers, Xandra en Karen, die de camino vanuit Nederland in tien jaar tijd aflegden. Dit is als het goed is het laatste jaar. Het eten was lekker en de avond erg geslaagd.

IMG_1034.JPG

Stress
Voordat ik ging ontbijten had ik mijn tassen ingepakt en bij de voordeur neergezet om ze daarna aan mijn fietskarretje te hangen. Terwijl ik ze daar neerzette viel echter mijn kaartenboekje uit de stuurtas. Het was donker en ik kon het met geen mogelijkheid meer vinden. Ik keerde drie keer op mijn schreden terug om te kijken of het niet ergens anders was gevallen of blijven liggen, maar tevergeefs. Terwijl ik zeker wist dat ik het even van tevoren nog had. Ik snapte er niks van. Eerst maar even ontbijten. Maar ik zat niet op mijn gemak. Zonder dat boekje zou ik de weg echt niet vinden, want de landkaart die ik heb is te grofmazig. Opnieuw ging ik overal kijken waar ik had gelopen met mijn tassen en opnieuw tevergeefs. Ik stond bij de voordeur een beetje met mijn handen in het haar om me heen te kijken, toen ik ineens zag dat naast de voordeur een hekje stond. En achter dat hekje lag drie meter lager een oprit. Ik keek over de reling en jawel, daar lag mijn boekje. Het was uit de stuurtas gegleden, onder het hekje door, drie meter omlaag. Ik kon vertrekken.

Don Suero
De etappe van vandaag zou flink klimmen worden. De Cruz de Ferro stond op het programma. Maar eerst in het donker over een knobbelige grindweg naar Hospital de Orbígo, waar een prachtige middeleeuwse brug over de rivier ligt.

IMG_1035-0.JPG

Bij die brug hoort een mooi verhaal. In de vijftiende eeuw werd er een riddertoernooi georganiseerd in het stadje. Don Suero, een ridder, wilde zijn liefde voor Doña Leonor de Tovar betonen door elke ridder die de brug wilde oversteken te verslaan. Hij liet ze gewoon niet door. Volgens de overlevering versloeg hij iedereen en brak hij meer dan 300 lansen. De ketting van don Suero hangt nu om het St. Jacobsbeeld in de kathedraal van Santiago.

de wifi-verbinding is hier heel slecht, dus wordt vervolgd

Dag 23 nog meer Campos en León

Calzadilla de la Cueza – Villar de Mazarife

Calzadilla
Calzadilla de la Cueza, waar ik de nacht doorbracht, is een grappig dorp. Aan de oostkant wordt het begrensd door een dorre vlakte waar doorheen een grindpad loopt in de richting van de bewoonde wereld, zo’n twintig kilometer verderop. Dat was de weg die ik gisteren fietste. Aan de westkant blijkt het er net zo uit te zien, met als enige verschil dat parallel aan het grindpad een verharde weg loopt. De bewoonde wereld is aan die westkant even ver weg. Het dorp zelf is een verzameling huisjes die lijken te zijn neergegooid, zoals je met dobbelstenen doet. Er zit geen enkele logica in het stratenplan. De enige logica die er lijkt te zijn is dat het dorp midden op één van de zwaarste en meest meedogenloze stukken van de camino ligt en dat er daarom bij binnenkomst aan de oostkant twee albergues of refugio’s liggen. De uitgedroogde pelgrim kan er niet omheen. Doe je dat wel, dan stuit je op het dorpscafé annex restaurant. Daar werd gisteravond het pelgrimsmenu verzorgd.

Met zijn allen in de eetzaal en dan maar bijtanken. Ik zat aan tafel met Kevin uit Ierland. Kevin was net gensioneerd, iets dat hij helemaal niet wilde. Hij wilde werken. Om dat los te kunnen laten was hij de camino gaan lopen vanaf St. Jean Pied de Port. We hadden een gezellige maaltijd samen en ik ging daarna vroeg naar bed. Helaas kon ik de slaap niet vatten. De Koreaanse vrouw die ik ’s middags nog van water had voorzien lag in het bed naast me te snurken en in haar slaap te kreunen, het was erg warm en ik leek wel niet moe. Gelukkig stond men ’s ochtends niet zo godallemachtig vroeg op. Volgens mij was iedereen kapot van de Tierra de Campos. Dus voor het eerst sinds dagen sliep ik weer eens uit tot half zeven. Ik pakte mijn rotzooi in en nam een ontbijtje bij het dorpscafé. Om half acht was ik op weg; het werd net dag .

IMG_0998.JPG

Sahagún
Ik fietste op het gemak (het was lekker vlak) naar Sahagún, een stadje dat bekend staat om zijn vele kerken in Mudejar-stijl. De ene was nog mooier dan de andere. De opkomende zon hielp bij het schieten van mooie plaatjes.

IMG_1011.JPG

IMG_1004-0.JPG

IMG_1008-0.JPG

Helaas was in Sahagún nog alles dicht terwijl mijn voorraad proviand voor onderweg uitgeput was. Ik fietste daarom door naar het kleine Bercianos del Real Camino. Daar zat een kleine bar die werd uitgebaat door een Spaanse en haar Kroatische man. Ze vertelden dat ze elkaar op de camino hadden leren kennen en hem daarna nog twee keer hadden gelopen om te kijken waar ze het beste konden gaan zitten als ze op de camino zouden willen werken. Dat werd Bercianos. Ik vulde mijn maag met een geweldige bocadillo.

De Picos de Europa
De route na Sahagún ging langs bekend terrein. Min of meer dan. Waar gisteren de vlakte aan de horizon werd begrensd door nog meer van hitte trillende vlakte, fietste ik nu met aan de noordkant een prachtig uitzicht op de mooiste bergen die ik ken: de Picos de Europa. Vrijwel de hele weg torenden ze machtig boven de vlakte uit, terwijl ze zich toch zeker op honderd kilometer afstand moesten bevinden. Ik werd blij van het uitzicht.

IMG_1015.JPG

IMG_1019.JPG

Adobebouw
De aarde hier is, als hij omgeploegd en vochtig is, rood en zit vol met keien. Flinke afgeronde keien, een soort grof grind. In de dorpen die ik passeerde bouwen ze huizen van die grond. Op een houten raamwerk smeren ze die grond uit, vermengd met stro. Daarna wordt het gepleisterd. Dat ziet er van dichtbij zo uit.

IMG_1014.JPG

En een huis ziet er zo uit:

IMG_1013.JPG

Die adobebouw vraagt veel onderhoud omdat de regen het leem er zo uit spoelt. Jaarlijks moet het bijgesmeerd worden. Doe je dat niet dan gebeurt dit:

IMG_1017.JPG

IMG_0999.JPG

León
De laatste tien kilometer voor Leon waren niet geweldig om te fietsen. Langs drukke wegen, industriegebieden en toen een eindeloze speurtocht door de stad. Toen arriveerde ik in het centrum. Ik had niet gedacht dat het zo’n grote stad was. Het oogt veel groter dan Burgos terwijl Burgos veel groter is. Het was er enorm druk. Van de ene kant heel veel gezelligheid, overal groepjes mensen die met elkaar aten, dronken, praten. Van de andere kant veel teveel autoverkeer. Mijn huid was helemaal grijs van de uitlaatgassen toen ik de stad verliet.

Maar, het is een prachtige stad. Ik ben er niet heel lang geweest maar ik denk dat het zeker de moeite waard is om er eens een paar dagen te verblijven.

IMG_1025.JPG

IMG_1026.JPG

IMG_1023.JPG

IMG_1022.JPG

Na León moest ik nog even afzien. De laatste vijftien kilometer was een hele slechte weg, die net heel slordig was geasfalteerd. Overal losse kiezel, plakkerig asfalt en verraderlijke gaten in de weg. Maar uiteindelijk kwam ik veilig in Villar de Mazarife aan, waar een grappig Mudejar vestingkerkje staat.

IMG_1032.JPG